Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 14 juni 2023, met bijlagen;
- de conclusie van antwoord, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
Eiseres kocht in 2009 een woning onder erfpachtconstructie en verkocht deze in 2017 terug aan gedaagde, een woonstichting. Volgens de erfpachtvoorwaarden moest de winst of het verlies bij terugverkoop worden gedeeld, waarbij de terugkoopprijs was gebaseerd op een taxatiewaarde van €229.500,-. Eiseres stelt dat de gehanteerde taxatiewaarde onjuist was en eist een hogere terugkoopprijs van minimaal €174.182,45.
Tijdens de mondelinge behandeling wijzigde eiseres haar standpunt en stelde dat de taxatiewaarde bij verkoop juist was, maar dat de taxatiewaarde bij aankoop onjuist zou zijn geweest. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende concreet heeft gemaakt op welke rechtsgrond gedaagde veroordeeld zou moeten worden tot betaling van een hoger bedrag. Er is geen sprake van wilsgebreken of fouten bij de berekening van de terugkoopprijs.
De rechtbank benadrukte dat het verlies het gevolg is van marktontwikkelingen en dat eiseres ook voordelen heeft genoten van de erfpachtconstructie, zoals een lagere koopprijs en woonlasten. Omdat geen vorderingsrecht bestaat, werd de eis afgewezen en werd eiseres veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De eis tot verhoging van de terugkoopprijs wordt afgewezen wegens ontbreken van een rechtsgrond.