Werknemer werkt sinds 2005 bij Mourik Services B.V. en was sinds 2018 werkzaam als [functie] op verschillende locaties. Door het beëindigen van het onderhoudscontract op een locatie eindigde zijn werk daar, waarna hij deels werd vrijgesteld van werk. Mourik vroeg ontslag aan bij het UWV, maar dit werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van het vervallen van arbeidsplaatsen.
Na gesprekken in 2023 weigerde Mourik werknemer toe te laten tot zijn oude werkzaamheden op locatie Shell Moerdijk vanwege gewijzigde werkzaamheden en aanwezigheid van een andere werknemer. Mourik bood alternatieve functies aan, die werknemer weigerde. Werknemer eiste in kort geding toelating tot zijn gebruikelijke werkzaamheden, waaronder minimaal 0,4 fte op Shell Moerdijk.
De kantonrechter oordeelt dat het niet aannemelijk is dat in een gewone procedure zal worden geoordeeld dat Mourik zich niet als goed werkgever heeft gedragen. De werkzaamheden zijn veranderd door een nieuw contract, en Mourik heeft passend werk aangeboden dat werknemer heeft geweigerd vanwege onenigheid over rapportagelijnen. Dit is onvoldoende reden om het aanbod te weigeren.
Omdat werknemer passend werk kan verrichten en zijn salaris wordt doorbetaald, ontbreekt het spoedeisend belang. De eis wordt afgewezen en werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.