ECLI:NL:RBROT:2024:2586

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
1 maart 2024
Publicatiedatum
29 maart 2024
Zaaknummer
10724866 CV EXPL 23-26596
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 3.1 Richtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling mogelijke oneerlijke bedingen in algemene voorwaarden Q-Park bij treintje rijden

Op 2 juni 2023 parkeerde de gedaagde zijn auto in een Q-Park parkeeraccommodatie in Rotterdam en verliet deze door 'treintje te rijden', zonder te betalen. Q-Park vordert betaling van het verloren kaart tarief, schadevergoeding en bijkomende kosten wegens schending van de parkeerovereenkomst en algemene voorwaarden.

De gedaagde betwist de eis en stelt dat hij wilde betalen, maar de betaalautomaten faalden en hij geen tijd had langer te wachten. Hij erkent het treintje rijden maar ontkent schade te hebben veroorzaakt en is slechts bereid het verloren kaart tarief te betalen.

De kantonrechter beoordeelt ambtshalve of de algemene voorwaarden van Q-Park oneerlijke bedingen bevatten die toewijzing van de eis in de weg staan. Diverse bepalingen over schadevergoeding en incassokosten worden onderzocht op strijd met Richtlijn 93/13/EEG.

Gezien recente jurisprudentie is het oordeel over de oneerlijkheid van deze bedingen nog niet definitief genomen. Daarom wordt de zaak aangehouden en verwezen naar een rolzitting op 2 april 2024, waar Q-Park zich schriftelijk kan uitlaten over de mogelijke vernietiging van de bedingen. De gedaagde mag hierop reageren.

Een verdere beslissing wordt aangehouden totdat deze procedure is afgerond.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden en verwezen naar een rolzitting voor nadere behandeling van mogelijke oneerlijke bedingen in de algemene voorwaarden van Q-Park.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10724866 CV EXPL 23-26596
datum uitspraak: 1 maart 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Q-Park Operations Netherlands B.V.,
vestigingsplaats: Maastricht,
eiseres,
gemachtigde: mr. Ch.F.P.M. Spreksel,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Q-Park’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 19 september 2023, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen;
  • de tijdens de mondelinge behandeling namens Q-Park overgelegde stukken.
1.2.
Op 2 februari 2024 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren aanwezig:
  • mevrouw [persoon A] en mevrouw [persoon B] namens de gemachtigde van Q-Park;
  • [gedaagde] met zijn partner, mevrouw [persoon C] .

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
Op 2 juni 2023 heeft [gedaagde] zijn auto geparkeerd in een parkeeraccommodatie van Q-Park (Rotterdam Koopgoot). Bij het verlaten van de parkeeraccommodatie heeft [gedaagde] zich schuldig gemaakt aan ‘treintje rijden’. Dat houdt in dat hij de accommodatie is uitgereden door direct achter een voorganger onder c.q. langs de slagboom te gaan, zonder dat hij voor het parkeren heeft betaald.
2.2.
Q-Park eist in deze procedure betaling van het tarief verloren kaart, een aanvullende schadevergoeding en bijkomende kosten, omdat [gedaagde] in strijd heeft gehandeld met de parkeerovereenkomst en de toepasselijke algemene voorwaarden dan wel onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld.
2.3.
[gedaagde] is niet eens met de eis. Hij wilde wel betalen voor het parkeren van zijn auto, maar zijn betaling werd steeds geweigerd. Hij heeft daarover contact gehad met een medewerker van Q-Park, die hem naar een andere automaat verwees. Daar lukte de betaling weer niet. [gedaagde] heeft meerdere keren op de knop gedrukt om weer contact te leggen met een medewerker van Q-Park, maar dat is volgens hem niet gelukt. [gedaagde] moest voor een afspraak naar het ziekenhuis en had geen tijd om langer te wachten. [gedaagde] heeft daarom inderdaad de parkeeraccommodatie verlaten door treintje te rijden, maar hij heeft daarmee geen schade veroorzaakt. Hij is enkel bereid het tarief verloren kaart te betalen.
De uitkomst
2.4.
De kantonrechter neemt nu nog geen beslissing over de eis. Hierna wordt toegelicht waarom.
Mogelijke oneerlijke bedingen in de algemene voorwaarden van Q-Park
2.5.
Het gaat in deze zaak om een overeenkomst die Q-Park heeft gesloten met een consument ( [gedaagde] ). De kantonrechter moet daarom, alvorens aan de inhoud van het geschil toe te komen, ambtshalve beoordelen of sprake is van oneerlijke bepalingen in de algemene voorwaarden van Q-Park die aan toewijzing van de eis in de weg staan.
2.6.
Een beding in een overeenkomst waarover niet afzonderlijk is onderhandeld wordt als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort (artikel 3.1 van voornoemde richtlijn). Bij de beoordeling daarvan moeten alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst worden meegewogen en moet ook rekening worden gehouden met alle andere bedingen van die overeenkomst [1] .
2.7.
Als de kantonrechter tot het oordeel komt dat er oneerlijke bepalingen zoals bedoeld in Richtlijn 93/13/EEG in de algemene voorwaarden van Q-Park staan, dan moeten deze bedingen worden vernietigd. Q-Park mag die bepaling(en) dan niet gebruiken en ook geen beroep meer doen op aanvullend recht [2] .
2.8.
De in deze zaak overgelegde algemene voorwaarden van Q-Park (versie 12.2020) bevatten diverse bepalingen die zien op het vergoeden van schade door de consument, de door Q-Park uit te oefenen rechten en/of verplichtingen van de consument, namelijk de artikelen 5.6, 5.8, 7.5, 8.1, 8.2 en 8.3. Deze bedingen luiden als volgt:
“5.6 In geval van verlies of het ontbreken van het Parkeerbewijs, is de Parkeerder het door Q-Park voor de betreffende Parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” zoals vermeld bij de inrit van de Parkeerfaciliteit verschuldigd. De Parkeerder dient dit bedrag vóór het verlaten van de Parkeerfaciliteit te voldoen. Het hiervoor genoemde tarief “verloren kaart” laat onverlet het recht van Q-Park om de Parkeerder het werkelijke Parkeergeld in rekening te brengen mocht dat hoger zijn dan het tarief “verloren kaart”. Indien de Klant achteraf door middel van de klachtenprocedure aan kan tonen wat de daadwerkelijke parkeertijd was, zal restitutie op basis daarvan plaats vinden. De bewijslast met betrekking tot de daadwerkelijke parkeertijd berust bij de Klant.
5.8
Indien Q-Park een gebruik van de Parkeerfaciliteit in strijd met het bepaalde in artikel 5.5 of 5.7 van deze Voorwaarden constateert, is de Klant het door Q-Park voor de betreffende Parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” zoals vermeld bij de inrit van de Parkeerfaciliteit verschuldigd, vermeerderd met een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad €319,97- (incl. BTW prijspeil 2020). Q-Park heeft het recht daarnaast en daarenboven overige daadwerkelijk geleden (gevolg)schade te vorderen. Het hiervoor genoemde tarief “verloren kaart” laat onverlet het recht van Q-Park om het werkelijke parkeergeld in rekening te brengen mocht dat hoger zijn dan het tarief “verloren kaart”.
7.5
De Klant is aansprakelijk voor alle schade die door hem is veroorzaakt. Schade door de Klant veroorzaakt aan de Parkeerfaciliteit of de daarbij behorende apparatuur en installaties dient ter plaatse te worden vergoed tenzij, naar het oordeel van Q-Park, de Klant voldoende zekerheid kan bieden dat de schade wordt vergoed. Indien de schade ter plaatse wordt vergoed, houdt Q-Park zich het recht voor de Klant een naheffing te zenden indien de daadwerkelijke schade hoger is dan ter plaatse ingeschat. Voor het definitief vaststellen van de hoogte van de schade zal het rapport van een door Q-Park aangewezen deskundige beslissend zijn. Kosten voor het opstellen van het rapport zijn voor rekening van de Klant.
8.1
Indien de Klant tekortschiet in de nakoming van enige verplichting die ingevolge de wet, de plaatselijke verordeningen en gebruiken en/of de met hem gesloten overeenkomst inclusief de daarop van toepassing zijnde Voorwaarden op hem rusten, pleegt de Klant wanprestatie, zonder dat daartoe enige verdere ingebrekestelling is vereist. Q-Park is alsdan gerechtigd de overeenkomst middels schriftelijk bericht te beëindigen en de Klant de toegang tot de Parkeerfaciliteit te weigeren. De Klant is gehouden om aan Q-Park alle schade te vergoeden, door Q-Park te lijden als gevolg van de in het voorgaande bedoelde fout, nalatigheid en/of enig ander in gebreke blijven, onverminderd de gehoudenheid van beide partijen tot nakoming van die verplichtingen die tot aan de beëindiging van de overeenkomst voor ieder van hen zouden zijn ontstaan of zullen ontstaan.
8.2
Indien Q-Park genoodzaakt is een sommatie, ingebrekestelling of ander exploot aan de Klant te doen uitbrengen of in geval van noodzakelijke procedures tegen de Klant, is de Klant verplicht alle daarvoor gemaakte kosten, waaronder de kosten van rechtskundige bijstand, zowel in als buiten rechte, aan Q-Park te vergoeden. Voor zover incassomaatregelen noodzakelijk zijn, worden de buitengerechtelijke kosten tussen partijen bij voorbaat vastgesteld op 15% van de onbetaalde hoofdsom, met een minimum van €250,-, tenzij hiervoor een andersluidende bindende wettelijke regeling geldt.
8.3
Q-Park is te allen tijde gerechtigd het Motorvoertuig van de Klant onder zich te houden en/of daartoe geëigende maatregelen te treffen, zoals het aanbrengen van een wielklem, zolang de Klant niet al hetgeen hij verschuldigd is aan Q-Park, heeft voldaan.”
2.9.
De bepaling dat de consument die treintje heeft gereden een aanvullende schadevergoeding aan Q-Park moet betalen is in de jurisprudentie over het algemeen niet als onredelijk of oneerlijk gekwalificeerd, omdat deze boete in een redelijke verhouding zou staan tot de (te verwachten) schade door de gedraging waarop de boete is gesteld. De kantonrechter in Amsterdam heeft onlangs echter anders geoordeeld, namelijk dat voornoemde bedingen het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoren en daarom in onderlinge samenhang worden beschouwd als oneerlijk en worden vernietigd [3] .
2.10.
Omdat de mogelijke oneerlijkheid van voornoemde bedingen en eventuele vernietiging daarvan onvoldoende aan de orde zijn gekomen tijdens de mondelinge behandeling terwijl dit gelet op de recente ontwikkelingen in de jurisprudentie wel wenselijk is, wordt Q-Park wordt in de gelegenheid gesteld zich bij akte alsnog daarover uit te laten. De kantonrechter verwijst de zaak daarvoor naar de rolzitting van
dinsdag 2 april 2024 om 11:30 uurvoor een reactie van Q-Park. [gedaagde] mag daar vervolgens op reageren.
2.11.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van
dinsdag 2 april 2024 uur om 11:30 uur, zodat Q-Park zich bij akte kan uitlaten over de mogelijke oneerlijkheid van de bedingen in de artikelen 5.6, 5.8, 7.5, 8.1, 8.2 en 8.3 en de eventuele vernietiging daarvan;
3.2.
bepaalt dat de door Q-Park te nemen akte uiterlijk om 12:00 uur op de dag vóór de hiervoor genoemde rolzitting in tweevoud op de griffie moet zijn ontvangen;
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
43416

Voetnoten

1.Hof van Justitie van de Europese Unie 13 juli 2023, ECLI:EU:C:2023:578
2.Hof van Justitie van de Europese Unie 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68
3.Rechtbank Amsterdam 19 januari 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:330, en 8 februari 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:712