Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 12 januari 2024 en de daarin genoemde stukken;
- de akte uitlating van Havensteder;
- de e-mail met bijlagen van [gedaagde] van 2 februari 2024.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert Stichting Havensteder de ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde] wegens niet-betaling van huur. In een tussenvonnis was [gedaagde] reeds veroordeeld tot betaling van huurachterstand tot september 2023, maar de beslissing over ontbinding en ontruiming werd aangehouden vanwege mogelijke bijzondere omstandigheden en een betalingsregeling.
Havensteder handhaaft haar eis omdat de huurachterstand en lopende huur niet zijn voldaan en er geen contact is geweest over een betalingsregeling. [gedaagde] stelt dat hij op 2 februari 2024 contact heeft gelegd en huur heeft betaald over januari en februari, en dat een aflossingstraject bij de Kredietbank Rotterdam is gestart. De kantonrechter acht echter de huurachterstand nog steeds aanzienlijk, ruim boven drie maanden, en concludeert dat de huurovereenkomst ontbonden kan worden.
De ontruiming van de woning wordt toegewezen met een termijn van 14 dagen na het vonnis. De gevorderde machtiging voor ontruiming met behulp van de sterke arm wordt afgewezen, omdat alleen een deurwaarder deze bevoegdheid heeft. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 672,28 per maand huur of gebruiksvergoeding tot ontruiming, en tot betaling van proceskosten van € 1.286,64. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en ontruiming van de woning binnen 14 dagen bevolen wegens een aanzienlijke huurachterstand.