ECLI:NL:RBROT:2024:2597

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 maart 2024
Publicatiedatum
29 maart 2024
Zaaknummer
10894613 VZ VERZ 24-573
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 187 lid 3 sub d RvArt. 461 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopig getuigenverhoor wegens ontbreken juiste wederpartij

Op 5 oktober 2023 werd verzoeker aangehouden door twee verbalisanten van de Nationale Politie op verdenking van een overtreding van artikel 461 Sr Pro. Verzoeker stelt dat tijdens de aanhouding zijn rugzak op het wegdek is gekomen en vervolgens door een vrachtwagen is overreden, waardoor schade is ontstaan. Verzoeker wil deze schade vergoed krijgen en is voornemens een procedure tegen de Staat der Nederlanden te starten.

Voorafgaand aan deze procedure verzocht verzoeker om een voorlopig getuigenverhoor van de twee verbalisanten, die ook de verweerders in deze zaak zijn. Hoewel verweerders geen bezwaar maakten tegen het verzoek, verklaarde de kantonrechter verzoeker niet-ontvankelijk omdat het verzoek niet was gericht tegen de juiste wederpartij, namelijk de Staat, maar tegen de verbalisanten zelf.

Het verzoekschrift voldeed daardoor niet aan de vereisten van artikel 187 lid 3 sub d Rv Pro, omdat de naam en woonplaats van de juiste wederpartij ontbraken. Hierdoor kon de kantonrechter niet inhoudelijk op het verzoek ingaan en wees het af.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wegens ontbreken juiste wederpartij.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 10894613 VZ VERZ 24-573
uitspraak: 12 maart 2024
beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, inzake het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor
in de zaak van
[verzoeker] ,
zonder woon- of verblijfplaats in Nederland,
plaats van domicilie: [plaats] ,
verzoeker,
gemachtigde: mr. L.M.E. Jongenelis,
gericht tegen

1.[verweerder 1] ,

2. [verweerder 2] ,
beiden werkzaam bij de Nationale Politie en aangesteld bij de eenheid Rotterdam,
verweerders,
die zelf procederen.
De partijen worden hierna ‘ [verzoeker] ’, ‘ [verweerder 1] ’ en ‘ [verweerder 2] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie binnengekomen op 22 januari 2024;
  • de reactie van verweerders.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[verzoeker] is op 5 oktober 2023 door verbalisanten [verweerder 1] en [verweerder 2] aangehouden op verdenking van een overtreding van artikel 461 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Volgens [verzoeker] is daarbij het volgende gebeurd. Door toedoen van een van de verbalisanten is zijn rugzak met daarin zijn bezittingen op het wegdek gekomen en vervolgens overreden door een vrachtwagen. [verzoeker] wil de door hem geleden schade vergoed krijgen en is daarom voornemens een procedure tegen de Staat der Nederlanden (hierna: de Staat) te starten. Hij verzoekt vooruitlopend daarop om [verweerder 1] en [verweerder 2] te horen in het kader van een voorlopig getuigenverhoor.
2.2.
[verweerder 1] en [verweerder 2] hebben per e-mail op het verzoek van [verzoeker] gereageerd en daartegen geen bezwaren geuit.
De uitkomst
2.3.
[verzoeker] is niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Hierna wordt toegelicht waarom.
De getuigen zijn aangemerkt als wederpartij
2.4.
Uit het verzoekschrift blijkt dat het verzoek wordt gedaan ten behoeve van een procedure die mogelijk aanhangig wordt gemaakt tegen de Staat. Het verzoek is echter gericht tegen de getuigen, en dus niet tegen de beoogde wederpartij in de mogelijke toekomstige procedure. Door het ontbreken van de naam en woonplaats van de (juiste) wederpartij, voldoet het verzoekschrift niet aan de vereisten die daaraan worden gesteld op grond van artikel 187 lid 3 sub d Rv Pro. [verzoeker] wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek. Dat betekent dat de kantonrechter niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling.

3.De beslissing

De kantonrechter,
3.1.
verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. F. Aukema-Hartog en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
43416