De zaak betreft een geschil tussen Stichting Hef Wonen en een huurder die de woning aan een adres in Rotterdam huurt. Hef Wonen vordert ontbinding van de huurovereenkomst omdat de huurder de woning zonder toestemming aan derden in gebruik heeft gegeven en zelf niet zijn hoofdverblijf in de woning heeft. Tevens eist Hef Wonen betaling van huurachterstand, gebruiksvergoeding en misgelopen huurharmonisatie.
Tijdens een huisbezoek troffen politie en Hef Wonen twee Oezbeekse mannen aan die verklaarden de woning te huren van een kennis, zonder dat de naam van de huurder bekend was. De huurder stelde dat hij de woning slechts als vriendendienst gedeeltelijk ter beschikking had gesteld, maar dit verweer werd onvoldoende onderbouwd en verworpen. Ook bleek dat de huurder geen eigen bed in de woning had, wat het ontbreken van zijn hoofdverblijf bevestigt.
De kantonrechter oordeelt dat de huurder tekort is geschoten in zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst en de toepasselijke algemene voorwaarden en wet. De ontbinding van de huurovereenkomst wordt gerechtvaardigd vanwege de ernst van de tekortkomingen en het belang van Hef Wonen bij naleving van haar toewijzingsbeleid en leefbaarheid.
De huurder en overige bewoners worden veroordeeld de woning binnen veertien dagen te ontruimen en aan Hef Wonen te voldoen voor de huurachterstand van €1.360,34, een gebruiksvergoeding van €374,95 per maand vanaf maart 2024, en een vergoeding van €364,02 per maand wegens misgelopen huurharmonisatie vanaf juli 2023. Daarnaast zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor proceskosten van €654,36. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.