ECLI:NL:RBROT:2024:2607

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 januari 2024
Publicatiedatum
29 maart 2024
Zaaknummer
10803617 VV EXPL 23-574
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:629a lid 1 BWArt. 7:629a lid 2 BWArt. 7:629a lid 6 BWArt. 7:628 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing loonvordering uitzendkracht tijdens ziekte wegens ontbreken deskundigenverklaring en bewijs

In deze kortgedingprocedure vordert een uitzendkracht loonbetaling tijdens ziekte van haar werkgever, een uitzendbureau. De uitzendkracht stelt sinds 30 juni 2023 arbeidsongeschikt te zijn en vordert loon over die periode. Het uitzendbureau betwist de arbeidsongeschiktheid en stelt dat de uitzendkracht zich beter heeft gemeld en via een ander bureau wilde werken.

De rechtbank oordeelt dat ondanks de spoedeisendheid van de loonvordering, het ontbreken van een deskundigenverklaring van het UWV een reden is om de vordering af te wijzen. De arbeidsongeschiktheid wordt gemotiveerd betwist, waardoor bewijs en een deskundigenverklaring noodzakelijk zijn, ook in kort geding.

Daarnaast zijn er onduidelijkheden over de aard van de klachten en de mate van arbeidsongeschiktheid, die niet voldoende zijn opgehelderd tijdens de zitting. Hierdoor kan niet worden vastgesteld voor wiens rekening de niet-gewerkte periode komt. De proceskosten worden gecompenseerd omdat geen kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht is vastgesteld.

Uitkomst: De loonvordering van de uitzendkracht wordt afgewezen wegens ontbreken van deskundigenverklaring en onvoldoende bewijs over arbeidsongeschiktheid.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10803617 VV EXPL 23-574
datum uitspraak: 11 januari 2024
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres],
woonplaats: [woonplaats],
eiseres,
gemachtigde: mr. P.D. Zalucha,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VZM Uitzend Groep B.V.,
vestigingsplaats: Bleiswijk,
gedaagde,
gemachtigde: mr. J. Belderok.
De partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘VZM’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 1 december 2023, met producties;
  • de conclusie van antwoord in kort geding, met producties;
  • de aanvullende producties van beide partijen.
1.2.
Op 28 december 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met partijen en hun gemachtigden besproken. VZM en haar gemachtigde hebben aan de zitting deelgenomen via een Teams-verbinding.

2.Het geschil en de beoordeling daarvan

De kern van de zaak

2.1.
In de kern draait het in dit kort geding om het volgende.
[eiseres] is op 13 januari 2023 bij VZM in dienst getreden op basis van een uitzendovereenkomst. Op die overeenkomst is de NBBU cao van toepassing. [eiseres] heeft gewerkt voor het inlenende bedrijf Hazeu Orchids. Na 30 juni 2023 heeft [eiseres] niet meer voor VZM gewerkt. Volgens haar was zij vanaf die datum tot op heden onafgebroken arbeidsongeschikt. [eiseres] vordert daarom in dit kort geding betaling van loon tijdens ziekte. VZM betwist gemotiveerd dat [eiseres] recht heeft op (door-)betaling van loon. De vordering van [eiseres] kan in kort geding niet worden toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Spoedeisendheid
2.2.
[eiseres] vordert loon. Een loonvordering is naar haar aard spoedeisend. [eiseres] is in zoverre ontvankelijk in haar vordering.
Verklaring deskundige UWV
2.3.
VZM heeft aangevoerd dat de vordering van [eiseres] moet worden afgewezen, omdat bij de vordering geen verklaring van een deskundige van het UWV is gevoegd [1] . Volgens [eiseres] hoeft zij een dergelijke verklaring niet in het geding te brengen, omdat de verhindering om de bedongen of andere passende arbeid te verrichten door VZM niet wordt betwist. In dat verweer kan zij niet worden gevolgd. VZM heeft immers twee argumenten aangevoerd op grond waarvan zij meent dat [eiseres] niet (meer) arbeidsongeschikt is: [eiseres] zou zich per Whatsapp van 6 juli 2023 beter hebben gemeld én zij zou via een ander uitzendbureau aan het werk hebben willen gaan.
2.3.1.
De verhindering om de arbeid te kunnen verrichten is daarmee dus gemotiveerd betwist en niet gebleken is dat het overleggen van de verklaring in redelijkheid niet van [eiseres] kan worden gevergd, ondanks dat deze zaak een kort geding betreft [2] . Uit de overgelegde stukken blijkt namelijk dat het [eiseres] al in augustus 2023 duidelijk was dat VZM geen loon meer betaalde [3] . Ook had haar toen duidelijk moeten zijn dat VZM betwistte dat zij nog arbeidsongeschikt was. Dit betekent dat haar vordering tot betaling van loon moet worden afgewezen.
Aannemelijkheid vordering
2.4.
Echter, ook als zou worden aangenomen dat [eiseres] geen deskundigenverklaring hoefde over te leggen, zou de uitkomst van deze kortgedingprocedure niet anders zijn. De reden daarvoor is dat wel vast staat dat [eiseres] niet heeft gewerkt, maar dat voorshands niet in voldoende mate kan worden vastgesteld voor wiens rekening dit moet komen [4] . Als [eiseres] inderdaad arbeidsongeschikt is, zal VZM loon moeten betalen. Maar de arbeidsongeschiktheid wordt nu juist gemotiveerd betwist door VZM. Bovendien verklaart [eiseres] enerzijds dat ze naar de dokter en fysiotherapeut moet [5] en anderzijds zijn screenshots overgelegd die lijken te suggereren dat zij zich beter meldt [6] . De tolk heeft desgevraagd tijdens de zitting verklaard dat in het Whatsapp bericht van 6 juli 2023 staat geschreven: “
Goedendag, ik meld dat vanaf vandaag ben ik klaar om te werken, alleen met voorwaarde dat ik per vandaag ook met vakantie ben. Per 31 juli kom ik werken.” Volgens [eiseres] was dit echter een vergissing. Verder stelt [eiseres] in haar stukken dat zij rugklachten heeft, maar uit de door VZM overgelegde verklaring blijkt dat er klachten aan haar voet waren en tijdens de zitting sprak zij over klachten aan haar been.
2.4.1.
Kortom, de stukken bevatten veel onduidelijkheden en de behandeling op de zitting heeft dat onvoldoende kunnen verhelderen voor de voorzieningenrechter. Dit betekent dat de levering van bewijs nodig zal zijn, maar daarvoor leent deze procedure zich niet. Zonder deskundigenoordeel en zonder bewijs kan niet vooruit worden gelopen op het oordeel van de bodemrechter. Het gevolg daarvan is dat de vordering in kort geding niet kan worden toegewezen.
Proceskosten
2.5.
Gelet op het bepaalde in artikel 7:629a lid 6 BW worden de proceskosten gecompenseerd, omdat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter:
3.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af;
3.2.
compenseert de proceskosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk en in het openbaar uitgesproken.
783

Voetnoten

1.Artikel 7:629a lid 1 BW
2.Artikel 7:629a lid 2 BW en Hoge Raad 14 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1673
3.Zie productie 5 bij dagvaarding
4.Artikel 7:628 BW Pro
5.Productie 5 bij dagvaarding
6.Productie 5 bij conclusie van antwoord