De zaak betreft een geschil tussen vennoten van een commanditaire vennootschap die een containerschip exploiteert. Eisers vorderen een verbod op het besluit van gedaagden om de beherend vennoot uit te zetten en te vervangen door een door hen gecontroleerde partij. De rechtbank oordeelt dat de uitzetting op de agenda staat van een komende vergadering en dat het spoedeisend belang aanwezig is.
De rechtbank stelt vast dat de vennootschap financieel in zwaar weer verkeert met schulden van ruim €1,2 miljoen en dat er openstaande vorderingen zijn op gelieerde vennootschappen. De beherend vennoot heeft incassomaatregelen getroffen, waaronder faillissementsaanvragen, wat binnen haar bevoegdheid valt. De vrees bestaat dat gedaagde 1, na vervanging van de beherend vennoot door een door hem gecontroleerde partij, de belangen van zijn eigen vennootschappen boven die van de commanditaire vennootschap zal stellen.
De rechtbank interpreteert de oprichtingsakte en concludeert dat voor toetreding van een nieuwe beherend vennoot een unaniem besluit van de vennoten vereist is. Aangezien een stille vennoot tegen de benoeming van de nieuwe beherend vennoot zal stemmen, is geen unaniem besluit te verwachten en zou de vennootschap zonder beherend vennoot komen te zitten, wat niet in haar belang is.
Daarom wordt het verbod op uitzetting van de beherend vennoot voor de duur van zes maanden toegewezen, met een dwangsom van €250.000. De overige vorderingen worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of te verstrekkend karakter. Gedaagde 1 en Mars Vantage worden veroordeeld in de proceskosten.