ECLI:NL:RBROT:2024:2622
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waardes van zelfstandige woningen ondanks ontbreken juridische splitsing
Eiser betoogde dat de WOZ-waardes van zijn meerdere woningen te hoog waren vastgesteld omdat deze niet juridisch gesplitst zijn en niet zelfstandig verkocht kunnen worden. Hij stelde dat de waardes met ten minste 35% gecorrigeerd moesten worden vanwege het ontbreken van juridische splitsing en de slechte onderhoudsstaat van de panden.
De rechtbank overwoog dat de Wet WOZ en vaste jurisprudentie voorschrijven dat woningen als zelfstandige onroerende zaken moeten worden gewaardeerd indien zij afsluitbaar zijn en beschikken over eigen voorzieningen, ongeacht juridische splitsing. De waardering vindt plaats op basis van de fictie dat de woningen afzonderlijk verkocht kunnen worden.
Verweerder had de WOZ-waardes onderbouwd met een systematische vergelijkingsmethode met verkoopcijfers van juridisch gesplitste woningen die qua ligging, type en bouwjaar vergelijkbaar zijn. De rechtbank vond dit voldoende aannemelijk en verwierp het beroep van eiser.
Ook het aangevoerde slechte onderhoud was onvoldoende onderbouwd en de rechtbank achtte het waardedrukkend effect daarvan reeds verdisconteerd in de gehanteerde m²-prijzen. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en de WOZ-waardes bleven ongewijzigd.
Verweerder werd wel verplicht het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiser te vergoeden vanwege de gang van zaken.
Uitkomst: De beroepen tegen de vastgestelde WOZ-waardes worden ongegrond verklaard en de waardes blijven ongewijzigd.