Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Iaan dit vonnis gehecht.
3.Eis officieren van justitie
- vrijspraak van het in zaak A onder 1, 2 en 5 ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van de in zaak A onder 3 en 4 en de in zaak B ten laste gelegde feiten;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 364 dagen met aftrek van voorarrest;
- tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaken met parketnummers 13/239267-19 en 13/235516-18.
4.Waardering van het bewijs
Zaak A
Subsidiair dient de verdachte te worden vrijgesproken omdat zijn handelen niet als medeplegen kan worden gekwalificeerd. Het regelen van een snorder en/of het filmen van een strafbaar feit zijn verrichtingen die hooguit kunnen kwalificeren als medeplichtigheid.
[naam]”, dat [getuige] om 00:21:21 uur heeft beantwoord met: “
Ja ik ben er al.” [getuige] ontving hierop het bericht: “
Ik kom”.
€ 1.235, - dat op 22 december 2021 in zijn jaszak is aangetroffen.
€ 1.235, - niet zonder meer een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen op. Door de officieren van justitie zijn ook geen feiten en omstandigheden van dien aard aangedragen dat een vermoeden van witwassen kan worden aangenomen. Dat impliceert dat de rechtbank niet toekomt aan de volgende stap van het hiervoor uiteengezette stappenplan en zijn de verklaringen die de verdachte in het kader van deze strafzaak heeft afgelegd, niet relevant.
bijlage IIheeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
Op grond daarvan en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder in
zaak A en Bten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
op16 december 2021
5.Strafbaarheid feiten
2.handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.
6.Strafbaarheid verdachte
verminderd toerekeningsvatbaarte achten.
7.Motivering straf
8.Beslag
in zaak B, onder de verdachte in beslag genomen geldbedrag van (in totaal) € 1.835, - zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.
9.Vordering benadeelde partij
10.Vorderingen tenuitvoerlegging
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 47, 55, 57, 285 en 352 van het Wetboek van Strafrecht
- 3 en 11 van de Opiumwet en
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
12.Bijlagen
13.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 363 (driehonderd drieënzestig) dagen;
tenuitvoerleggingvan het voorwaardelijk gedeelte, groot 144 dagen, van de bij vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam van 14 december 2020 in de zaak met parketnummer 13/239257-19 aan de veroordeelde opgelegde jeugddetentie;
tenuitvoerleggingvan het voorwaardelijk gedeelte, groot 4 maanden, van de bij vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam van 14 december 2020 in de zaak met parketnummer 13/238366-20 aan de veroordeelde opgelegde gevangenisstraf;
Omschrijving: [proces-verbaalnummer 1]
Omschrijving: [proces-verbaalnummer 2]