ECLI:NL:RBROT:2024:2715

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 april 2024
Publicatiedatum
2 april 2024
Zaaknummer
10/035327-22
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 lid 1 Wet wapens en munitieArt. 1 onder 3º Wet wapens en munitie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak poging tot beschadiging met vermeend vuurwapen in Venlo

Op 12 januari 2022 werd verdachte verdacht van medeplegen van poging tot beschadiging van een horecapand in Venlo door met een vuurwapen te schieten. Een filmpje toonde een gehandschoende hand die een voorwerp vasthield dat leek op een vuurwapen, gericht op het pand, waarbij de trekker meerdere keren werd overgehaald zonder hoorbare schoten of zichtbare inslagen.

De rechtbank stelde vast dat het filmpje door medeverdachte was gemaakt en diens hand zichtbaar was. Echter was onvoldoende vast te stellen dat het voorwerp daadwerkelijk een vuurwapen was. Er was geen forensisch bewijs en de beelden boden geen overtuigende zekerheid.

Daarom achtte de rechtbank het niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake was van poging tot beschadiging met een vuurwapen. Ook het subsidiaire verwijt van medeplichtigheid werd verworpen. De verdachte werd vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.

De officieren van justitie hadden een taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf geëist, maar deze werden niet opgelegd vanwege het ontbreken van bewijs. De rechtbank sprak de verdachte uit op 2 april 2024.

De zaak benadrukt het belang van overtuigend bewijs bij beschuldigingen van vuurwapengebruik en poging tot vernieling, waarbij alleen een video zonder geluid en zonder forensisch bewijs onvoldoende was.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het voorwerp een vuurwapen was en dat er daadwerkelijk op het pand is geschoten.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 10/035327-22
Uitspraakdatum: 2 april 2024
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres 1] ( [postcode] ) te [woonplaats] ,
bijgestaan door mr. B.V. Rafaela, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 4 en 7 maart en 2 april 2024.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding.
De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officieren van justitie

De officieren van justitie mr. E.M. Blanken en mr. W.D. van den Berg hebben gevorderd:
  • vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde;
  • bewezenverklaring van het onder 1 primair ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis, alsmede tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

4.Waardering van het bewijs

Vrijspraak feit 1
De verdachte wordt – kort gezegd – verweten dat hij zich op 12 januari 2022 als medepleger schuldig heeft gemaakt aan een poging tot beschadiging van een gebouw, door met een vuurwapen te schieten op het pand van [horecagelegenheid] in Venlo. Subsidiair wordt hem verweten dat hij hieraan medeplichtig is geweest.
Vast staat dat de verdachte met medeverdachte [medeverdachte] in de nacht van 12 januari 2022 met de auto naar Venlo is gereden. De verdachte heeft verklaard dat [medeverdachte] in Venlo is uitgestapt en even is weggeweest.
In de telefoon van [medeverdachte] is een op 12 januari 2022, om 06:14:38 uur, gemaakt filmpje aangetroffen waarop te zien is dat een gehandschoende hand een op een vuurwapen gelijkend voorwerp vasthoudt. Het voorwerp wordt gericht op een winkelpand. De trekker wordt vier keer overgehaald, maar er klinken geen schoten en er zijn ook geen inslagen zichtbaar. Opnieuw wordt in de richting van het pand gericht en de trekker wordt vervolgens nog tweemaal overgehaald, wederom klinken er geen schoten en zijn geen inslagen zichtbaar. Onderzoek heeft uitgewezen dat dit het pand betreft waarin [horecagelegenheid] gevestigd is, aan de [adres 2] in Venlo.
De rechtbank komt op grond van de onderzoeksbevindingen tot de conclusie dat het aangetroffen filmpje is gemaakt door [medeverdachte] en dat zijn hand zichtbaar is op de beelden. Naar het oordeel van de rechtbank staat echter onvoldoende vast dat het voorwerp dat [medeverdachte] in dit filmpje in zijn hand heeft, een vuurwapen is zoals ten laste is gelegd. Uit de beelden kan dit niet met voldoende zekerheid worden opgemaakt en van enig forensisch bewijs is geen sprake. Dit betekent dat de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen acht dat sprake is van een poging tot beschadiging door met een vuurwapen te schieten op het pand waarin [horecagelegenheid] is gevestigd. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van het primair en subsidiair aan hem ten laste gelegde.
Vrijspraak feit 2
De rechtbank is, met de officieren van justitie en de verdediging, van oordeel dat het onder
2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

5.Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mr. M.V. Scheffers, voorzitter,
mr. L.J.M. Janssen en mr. P.C. Tuinenburg, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Ince, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 2 april 2024.
Bijlage
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij op of omstreeks 12 januari 2022 te Venlo,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om
opzettelijk en wederrechtelijk een gebouw aan/nabij de [adres 2] , geheel of
ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans aan
een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), te vernielen en/of
te beschadigen en/of onbruikbaar te maken
een vuurwapen op dat gebouw heeft gericht en/of (vervolgens) meermalen, althans
eenmaal, heeft geschoten,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
[medeverdachte] en/of een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 12
januari 2022 te Venlo,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door die [medeverdachte] en/of een of meer onbekend gebleven
personen voorgenomen misdrijf om
opzettelijk en wederrechtelijk een gebouw aan/nabij de [adres 2] , geheel of
ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans aan
een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of een of meer onbekend gebleven
personen, te vernielen en/of te beschadigen en/of onbruikbaar te maken
een vuurwapen op dat gebouw heeft gericht en/of (vervolgens) meermalen, althans
eenmaal, heeft geschoten,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 12 januari 2022
te Venlo en/of Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest
en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door die
[medeverdachte] en/of een of meer onbekend gebleven personen te vervoeren naar en/of
vanaf de plaats van het misdrijf en/of een auto ter beschikking te stellen.
2
hij in of omstreeks de periode van 11 januari 2022 tot en met 12 januari 2022 te
Venlo en/of Amsterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie Pro II en/of Categorie III van de Wet
wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die
wet,
voorhanden heeft gehad.