ECLI:NL:RBROT:2024:2773

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
5 april 2024
Publicatiedatum
4 april 2024
Zaaknummer
ROT 23/5943 V
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens termijnoverschrijding bij bewindvoering

Opposant stelde beroep in tegen een beslissing op bezwaar die te laat werd ontvangen doordat deze naar zijn thuisadres was gestuurd in plaats van naar zijn bewindvoerder, terwijl andere post wel correct naar de bewindvoerder werd verzonden.

De rechtbank had het beroep zonder zitting afgewezen wegens termijnoverschrijding. Opposant voerde aan dat hij direct na ontvangst beroep had ingesteld en verwees naar omstandigheden die een soepelere beoordeling van de termijnoverschrijding rechtvaardigen.

De verzetrechter oordeelde dat door het verzendingsprobleem twijfel ontstond over de rechtmatigheid van de buiten-zittinguitspraak, waardoor het verzet gegrond werd verklaard en het onderzoek wordt hervat.

Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van opposant.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt hervat; het college wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/5943 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 april 2024 op het verzet van

[opposant], uit [plaatsnaam], opposant

(gemachtigde: mr. G.H. Amstelveen),
tegen de uitspraak van de rechtbank van 25 oktober 2023 in het geding tussen
opposant
en

het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard, het college

(gemachtigde: [naam 1]).

Inleiding

1. Opposant heeft verzet ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank van 25 oktober 2023, waarin de rechtbank het beroep van opposant niet-ontvankelijk heeft verklaard.
1.1.
De rechtbank heeft het verzet op 21 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: opposant en zijn gemachtigde. De gemachtigde van het college is zonder bericht van verhindering niet verschenen.

De uitspraak van 25 oktober 2023

2. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft overwogen dat opposant te laat beroep heeft ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van het college van 10 juli 2023. Die beslissing op bezwaar is bekendgemaakt door verzending per post. Er is geen geldige reden gegeven voor het te laat instellen van beroep.

Het verzet van opposant

3. Opposant voert in verzet aan dat het verschoonbaar is dat hij te laat beroep heeft ingesteld. Hij heeft de beslissing op bezwaar te laat ontvangen van zijn bewindvoerder. Meteen nadat opposant in kennis was gesteld van de beslissing, heeft hij beroep ingesteld. Opposant heeft destijds zonder gemachtigde beroep ingesteld en heeft geen ervaring met het voeren van bestuursrechtelijke procedures. Opposant verwijst verder naar een conclusie van [naam 2], waarin wordt geadviseerd om de verschoonbaarheid van een termijnoverschrijding soepeler te beoordelen bij bijvoorbeeld overbelasting of stress als gevolg van externe gebeurtenissen, zoals een aardbeving, watersnood of een brand. [1] Als gevolg van de beslissing op bezwaar en de uitspraak op het beroep heeft opposant last van stress en psychische klachten, met ernstige slaapproblemen.

Beoordeling door de verzetrechter

4. In deze procedure moet de verzetrechter de vraag beantwoorden of het beroep van opposant terecht zonder zitting is afgedaan, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Dit betekent dat de beoordeling van de verzetrechter beperkt is tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder opposant op zitting te horen. Als in verzet argumenten naar voren worden gebracht, die ook nog hadden kunnen worden aangevoerd als wel een zitting zou zijn gehouden, moet worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de buiten-zittinguitspraak. Als dat het geval is, dan is het verzet gegrond en komt de buiten-zittinguitspraak te vervallen. Het onderzoek wordt dan voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
5. De verzetrechter is van oordeel dat er twijfel is ontstaan aan de buiten-zittinguitspraak. De verzetrechter stelt op basis van het dossier en wat ter zitting door opposant is gesteld, vast dat het college wist dat opposant onder bewind stond. Het college heeft andere post van opposant, zoals een plan van aanpak van 22 december 2022, ook naar het postbusadres van de bewindvoerder van opposant verstuurd ([postadres]). De beslissing op bezwaar is echter naar het in de brp geregistreerde adres van opposant verstuurd ([adres]). Opposant heeft op de zitting aangevoerd dat die brief hem pas op 22 augustus 2023 heeft bereikt en dat hij vervolgens binnen een redelijke termijn daarna beroep heeft ingesteld op 30 augustus 2023, waarbij een beroep is gedaan op een verschoonbare termijnoverschrijding. Gelet op deze gang van zaken is de verzetrechter van oordeel dat er twijfel is ontstaan aan de buiten-zittinguitspraak. De verder door opposant aangevoerde gronden gelegen in de door de besluitvorming ontstane stress, psychische problemen en slaapproblemen kunnen in deze beoordeling voor nu buiten beschouwing blijven.

Conclusie en gevolgen

6. Er is twijfel ontstaan over de buiten-zittinguitspraak. Het verzet is gegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak vervalt en dat de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die buiten-zittingsuitspraak werd gedaan.
7. De rechtbank zal het college veroordelen in de door opposant gemaakte proceskosten. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (0,5 punt voor het indienen van het verzetschrift en 0,5 punt voor het verschijnen op een verzetzitting). De waarde van 1 punt in beroep is € 875,-. De wegingsfactor is 1. Toegekend wordt dus € 875,-.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het verzet gegrond;
- veroordeelt het college in de proceskosten van opposant tot een bedrag van € 875,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M.J. Smits, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 april 2024.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen in de bodemzaak op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.