Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
2.Waar gaat het over?
- [naam kind 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008, en
- [naam kind 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011.
Rechtbank Rotterdam
De vader en moeder zijn gescheiden en hebben twee kinderen. De vader is sinds augustus 2020 gedetineerd vanwege een veroordeling voor poging tot uitlokking van moord op de moeder. In een eerdere beschikking van juni 2021 is vastgesteld dat de vader kinderalimentatie van €66 per kind per maand aan de moeder moet betalen.
De vader verzocht de rechtbank om de kinderalimentatie met ingang van juni 2021 nihil te stellen, stellende dat de bijdrage was vastgesteld met grove miskenning van wettelijke maatstaven en dat zijn financiële situatie door schulden en kosten was gewijzigd, waardoor hij niet meer kon betalen.
De moeder verzet zich tegen dit verzoek en stelt dat de vastgestelde bijdrage correct is en dat geen wijziging van omstandigheden is aangetoond. De rechtbank oordeelt dat de vader onvoldoende heeft onderbouwd dat zijn schuldenlast hoger is dan zijn vrij besteedbaar vermogen van €47.206,- en dat hij niet heeft aangetoond dat hij volledig op dit vermogen heeft ingeteerd.
De rechtbank concludeert dat de vastgestelde kinderalimentatie van aanvang af voldoet aan de wettelijke maatstaven en dat geen wijziging van omstandigheden is aangetoond die een aanpassing rechtvaardigt. Daarom wordt het verzoek van de vader afgewezen. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot nihilstelling van kinderalimentatie wordt afgewezen omdat de vastgestelde bijdrage voldoet aan de wettelijke maatstaven en geen wijziging van omstandigheden is aangetoond.