Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om een schuldeiser, Bouwmaatschappij Vettenoord B.V., te bevelen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. De regeling voorziet in een betaling van 7,65% aan preferente en 3,82% aan concurrente schuldeisers, gebaseerd op de NVVK-norm en de huidige financiële situatie van verzoeker, die wegens psychische en lichamelijke klachten niet kan werken.
Vettenoord weigerde in te stemmen en voerde onder meer aan dat verzoeker geen curatele of bewind heeft, dat verslavingsproblematiek niet onder controle zou zijn en dat het aangeboden percentage niet maximaal zou zijn. Vettenoord is niet verschenen ter zitting.
De rechtbank oordeelt dat het voorstel goed gedocumenteerd is, getoetst door een onafhankelijke partij en het uiterste is wat verzoeker kan bieden. De belangen van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers wegen zwaarder dan die van Vettenoord. De rechtbank wijst het verzoek toe, beveelt Vettenoord tot instemming en veroordeelt haar in de proceskosten. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de schuldeiser om in te stemmen met de aangeboden schuldregeling en wijst het verzoek toe.