ECLI:NL:RBROT:2024:2915
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen ontruiming woonruimte bij schuldsanering
Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar woonruimte opschort. De rechtbank constateert dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege een vonnis tot ontruiming en een exploot dat de ontruiming aankondigt.
Verzoekster is niet verschenen op de zitting vanwege paniekaanvallen, maar wordt ondersteund door schuldhulpverlening die verklaart dat de situatie instabiel is. Er zijn nadere stukken overgelegd waaruit blijkt dat een Ziektewetuitkering is aangevraagd en dat beschermingsbewind zal worden aangevraagd. Tevens is een noodfonds ingezet om twee maanden huur te betalen.
Verweerster stelt dat verzoekster al jaren haar huurverplichtingen niet nakomt en dat de huurachterstand is opgelopen. De rechtbank weegt het belang van verzoekster om in de woning te kunnen blijven en het schuldhulpverleningstraject te doorlopen zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren, mede vanwege de positieve ontwikkelingen en waarborgen voor betaling.
De voorlopige voorziening wordt daarom toegewezen voor zes maanden, onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan. Daarnaast verklaart de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, met de mogelijkheid om een nieuw verzoek in te dienen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe die de ontruiming opschort voor zes maanden onder voorwaarde van tijdige huurbetaling en verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.