De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van witwassen en het voorhanden hebben van munitie. Op 1 februari 2022 werd bij een doorzoeking in haar woning 64 kogelpatronen van het kaliber 7,62x51mm aangetroffen. De verdachte verklaarde dat deze patronen deel uitmaakten van een broekriem die zij en haar man in Duitsland hadden gekocht voor een van hun zoons.
De officier van justitie eiste vrijspraak voor het witwassen en veroordeling voor het voorhanden hebben van de kogelpatronen met een geldboete van €170. De rechtbank volgde dit en sprak de verdachte vrij van het witwassen omdat dit niet wettig en overtuigend was bewezen. Voor het bezit van de kogelpatronen oordeelde de rechtbank dat de verdachte wetenschap en beschikkingsmacht had over de patronen en verklaarde haar schuldig.
Gezien de geringe ernst van het feit en de verstreken tijd vond de rechtbank het opleggen van een straf of maatregel niet redelijk. Daarom werd de verdachte schuldig verklaard zonder strafoplegging. De uitspraak werd gedaan in verstek op 15 maart 2024 door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam.