ECLI:NL:RBROT:2024:2920

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 maart 2024
Publicatiedatum
8 april 2024
Zaaknummer
71/151681-22
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 lid 1 Wet wapens en munitieArt. 420bis lid 1 Wetboek van StrafrechtArt. 420quatr lid 1 Wetboek van StrafrechtArt. 47 lid 1 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak witwassen en schuldigverklaring voor voorhanden hebben van kogelpatronen zonder strafoplegging

De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van witwassen en het voorhanden hebben van munitie. Op 1 februari 2022 werd bij een doorzoeking in haar woning 64 kogelpatronen van het kaliber 7,62x51mm aangetroffen. De verdachte verklaarde dat deze patronen deel uitmaakten van een broekriem die zij en haar man in Duitsland hadden gekocht voor een van hun zoons.

De officier van justitie eiste vrijspraak voor het witwassen en veroordeling voor het voorhanden hebben van de kogelpatronen met een geldboete van €170. De rechtbank volgde dit en sprak de verdachte vrij van het witwassen omdat dit niet wettig en overtuigend was bewezen. Voor het bezit van de kogelpatronen oordeelde de rechtbank dat de verdachte wetenschap en beschikkingsmacht had over de patronen en verklaarde haar schuldig.

Gezien de geringe ernst van het feit en de verstreken tijd vond de rechtbank het opleggen van een straf of maatregel niet redelijk. Daarom werd de verdachte schuldig verklaard zonder strafoplegging. De uitspraak werd gedaan in verstek op 15 maart 2024 door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van witwassen en schuldig verklaard voor bezit van kogelpatronen zonder strafoplegging.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2
Parketnummer: 71/151681-22
Datum uitspraak: 15 maart 2024
Verstek
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[geboortedatum],
raadsman mr. L.J.B.G. van Kleef, advocaat te Amsterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 23 februari 2023.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. P.J.A. Huttenhuis heeft gevorderd:
  • vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde;
  • bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een geldboete van € 170,-.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Vrijspraak zonder nadere motivering
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.
4.2.
Bewijswaardering
Bij de doorzoeking op 1 februari 2022 in de woning van de verdachte is een mitrailleurband bestaande uit 64 kogelpatronen aangetroffen. Uit onderzoek van de Forensische Opsporing blijkt dat de patronen geschikt waren om er munitie van te maken.
De verdachte heeft bij de politie verklaard dat het gaat om een broekriem die zij en haar man voor een van hun zoons in Duitsland hebben gekocht. De rechtbank is gelet op deze verklaring van oordeel dat de verdachte wetenschap had van en beschikkingsmacht had over de kogelpatronen die in haar woning zijn aangetroffen. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de aangetroffen patronen voorhanden heeft gehad.
4.3.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
zij op 1 februari 2022 te Rotterdam, munitie van
categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 64 stuks kogelpatronen van
het kaliber 7, 62x51mm voorhanden heeft gehad.

5.Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit. Het feit is dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7.Motivering schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel

De verdachte heeft 64 bij wet verboden kogelpatronen voorhanden gehad. Oplegging van een straf daarvoor dient, gelet op de inmiddels verstreken tijd in relatie tot de geringe ernst van het feit, naar het oordeel van de rechtbank geen redelijk doel meer. De verdachte wordt daarom schuldig verklaard zonder oplegging van een straf of maatregel.

8.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

9.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
bepaalt dat ten aanzien van het bewezenverklaarde feit geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.L. van Mulbregt, voorzitter,
en mrs. A.M.G. van de Kragt en D.G.J. Roset, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.S. Roman, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
1
zij op of omstreeks 1 februari 2022 te Rotterdam, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
meermalen, althans eenmaal,(van) een geldbedragen, te weten:
- een geldbedrag van € 43.000
sub a
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de
verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die
geldbedragen was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die geldbedragen voorhanden
had(den)
en/of
sub b
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,
en/of
- gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat
dat/die geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig
(eigen) misdrijf;
( art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond b
Wetboek van Strafrecht, art 420quatr lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art
420quatr lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van
Strafrecht )
2
zij op of omstreeks 1 februari 2022 te Rotterdam, althans in Nederland, munitie van
categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 64 stuks kogelpatronen van
het kaliber 7, 62x51mm voorhanden heeft gehad;
( art 26 lid 1 Wet Pro wapens en munitie )