De rechtbank Rotterdam heeft op 22 maart 2024 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen een veroordeelde die betrokken was bij de handel in illegaal professioneel vuurwerk. De rechtbank baseert haar oordeel op een eerder vonnis waarin de veroordeelde is veroordeeld voor het bezit en opslag van professioneel vuurwerk en aanwijzingen voor handel in illegaal vuurwerk.
De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, berekend op € 2.319,-, gebaseerd op een rapport waarin verkoopprijzen en aantallen lege dozen professioneel vuurwerk werden gekoppeld. De verdediging voerde aan dat het bedrag gematigd moest worden wegens mogelijke eigen gebruik of afkeuring van vuurwerk, maar de rechtbank verwierp deze stellingen wegens gebrek aan aannemelijkheid.
De rechtbank stelde vast dat het wederrechtelijk verkregen voordeel voortkomt uit de baten van andere strafbare feiten, waarvoor voldoende aanwijzingen bestaan dat de veroordeelde deze heeft begaan. De berekening van het voordeel hield rekening met gemiddelde verkoopprijzen, aantallen en een winstmarge van 44,5%. De veroordeelde is verplicht het bedrag van € 2.319 aan de staat te betalen.