Op 7 februari 2024 dienden verzoekers een verzoekschrift in bij de rechtbank Rotterdam voor de benoeming van Stichting De Werven Bewindvoering tot vereffenaar in de nalatenschap van een overledene die op een eerdere datum in een Nederlandse plaats was overleden. De nalatenschap werd beneficiair aanvaard door enkele erfgenamen, terwijl anderen de nalatenschap hadden verworpen.
De rechtbank vroeg belanghebbenden om verweer te voeren, maar ontving geen reacties, waardoor de rechtbank besloot zonder mondelinge behandeling uitspraak te doen. Erflater had geen testament, was ongehuwd en had geen kinderen; de erfgenamen waren broers, zussen en hun kinderen.
De rechtbank oordeelde dat aan de wettelijke voorwaarden voor benoeming van een vereffenaar was voldaan en wees het verzoek toe. Stichting De Werven Bewindvoering werd benoemd tot vereffenaar, met de verplichting de benoeming bekend te maken in de Staatscourant en te laten inschrijven in het boedelregister. Verzoeken tot tussentijdse loonvaststelling werden afgewezen, omdat dit onder de bevoegdheid van de kantonrechter valt.