ECLI:NL:RBROT:2024:2939

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 maart 2024
Publicatiedatum
8 april 2024
Zaaknummer
FT EA\24.116
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848artikel 2 Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsaneringFaillissementswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsanering met eerdere ingangsdatum

Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens betalingsonmacht. De rechtbank constateert dat verzoeker is opgehouden met betalen of redelijkerwijs niet kan voortgaan met betaling van zijn schulden. Er zijn geen gronden voor afwijzing van het verzoek.

De rechtbank overweegt dat verzoeker vijf maanden voor de uitspraak al is begonnen met aflossen en dat schuldhulpverlening gedurende deze periode heeft gecontroleerd op naleving van de verplichtingen, zoals fulltime werken en afdracht van inkomsten boven het vrij te laten bedrag. Dit is naar behoren gebeurd, waardoor de rechtbank de ingangsdatum van de regeling vaststelt op 21 oktober 2023.

De rechtbank stelt de termijn van de regeling op achttien maanden, benoemt een rechter-commissaris, kent een voorschot toe op de vergoeding van de bewindvoerder en legt de inspannings- en afdrachtverplichtingen voor dertien maanden vast. De overige verplichtingen blijven onverkort van toepassing.

De rechtbank is bevoegd op grond van EU-verordening 2015/848 omdat het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen, uitsluitend door een advocaat.

Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsanering wordt toegewezen met ingangsdatum vijf maanden eerder vastgesteld.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
toepassing schuldsaneringsregeling
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 21 maart 2024
[verzoeker],
[adres 1],
[woonplaats],
verzoeker.

1.De procedure

Verzoeker heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Ter zitting van 14 maart 2024 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoeker;
  • de heer H. Bossenbroek, schuldhulpverlener werkzaam bij Van Korlaar B.V.;
  • de heer M. Damcewicz, beschermingsbewindvoerder werkzaam bij Van Korlaar B.V.;
Op 14 en 15 maart 2024 heeft schuldhulpverlening aanvullende stukken aangeleverd.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

Toelating tot de schuldsaneringsregeling
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoeker verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden. Er is geen, althans onvoldoende grond gebleken voor afwijzing van het verzoek. Verzoeker zal daarom worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Ingangsdatum looptijd van de schuldsaneringsregeling
Ten aanzien van de ingangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsregeling overweegt de rechtbank als volgt. Verzoeker heeft een verzoek gedaan om een eerdere ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling met vijf maandan. Dit verzoek wordt toegewezen. In dit geval is verzoeker namelijk vijf maanden voor de uitspraak van vandaag begonnen met aflossen. Schuldhulpverlening heeft gedurende die periode gecontroleerd of verzoeker de verplichting om fulltime te werken en de verplichting om inkomsten boven het vrij te laten bedrag af te dragen heeft nageleefd. De rechtbank stelt vast dat dit op de juiste wijze is gedaan en stelt daarom de ingangsdatum van de looptijd van de wettelijke regeling vast op 21 oktober 2023.
Bevoegdheid rechtbank
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt per de datum van dit vonnis de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] te Curaçao (Nederlandse Antillen),
wonende te [adres 1];
[bedrijf]
gevestigd [adres 2];
- stelt de termijn van de regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 21 oktober 2023, waardoor deze termijn eindigt op 21 april 2025;
- bepaalt dat vanaf de datum van dit vonnis:
 de inspanningsverplichting/sollicitatieverplichting nog gedurende dertien maanden van toepassing blijft;
 de afdrachtverplichting van inkomsten boven het vrij te laten bedrag nog gedurende dertien maanden van toepassing blijft;
 de overige verplichtingen onverkort van toepassing blijven;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. B.A. Cnossen
en tot bewindvoerder R.I. de Jong,
gevestigd te [postadres]
;
- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/14e deel van de overeenkomstig artikel 2 van Pro het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.A. Cnossen, rechter, en in aanwezigheid van L.M. Heinis, griffier, in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2024. [1]