Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 8 augustus 2023, met bijlagen;
- het antwoord;
- de akte van [eiser] voor de rolzitting van 9 november, met bijlage.
2.De beoordeling
- F20273 € 5.269,13
- F20275 € 1.006,53
- F20269 € 6.198,67
Rechtbank Rotterdam
Eiser heeft les gegeven bij het opleidingsinstituut van gedaagde en daarvoor drie facturen gestuurd met een totaalbedrag van €12.474,33. Gedaagde heeft slechts een deel van dit bedrag betaald (€5.000) en betwist de verschuldigdheid van het resterende bedrag niet concreet.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde het resterende bedrag van €7.474,33 moet voldoen. Hoewel gedaagde eerder stelde dat de facturen niet correct zouden zijn, heeft zij dit niet gespecificeerd en niet gereageerd op verzoeken van eiser om opheldering. Bovendien is gebleken dat partijen eerder betalingsregelingen zijn overeengekomen die niet zijn nagekomen.
Daarnaast worden incassokosten van €899,74 toegewezen omdat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Ook wordt de wettelijke handelsrente van €243,60 toegewezen vanaf 11 mei 2023 tot 25 juli 2023 over het volledige factuurbedrag en daarna over het resterende bedrag tot volledige betaling.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €1.703,49, omdat zij in het ongelijk wordt gesteld. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het resterende factuurbedrag, incassokosten, handelsrente en proceskosten.