Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 14 december 2023;
- de mondelinge behandeling.
Rechtbank Rotterdam
De vrouw en de man, die ruim 33 jaar een relatie hadden en samen medehuurders zijn van een woning, zijn in geschil geraakt over het gebruik van die woning. De vrouw vordert in kort geding dat zij samen met de kinderen de woning kan blijven gebruiken en dat de man de woning moet verlaten, dit in afwachting van de bodemprocedure waarin het huurrecht zal worden toegewezen.
De rechtbank constateert dat er spanningen zijn tussen partijen, maar geen sprake is van fysiek geweld en dat het onduidelijk is wie de spanningen veroorzaakt. De man verblijft momenteel met twee meerderjarige kinderen in de woning en heeft verklaard dat de vrouw de woning mag betreden, maar vreest spanningen en wijst op het ontbreken van huurbetaling door de vrouw.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de spanningen onvoldoende aanleiding geven om de man uit de woning te zetten en dat het feit dat de kinderen meerderjarig zijn en niet afhankelijk van de vrouw voor bijzondere zorg, geen grond is voor exclusief gebruik. Ook de inkomensverschillen en het bezit van een auto door de man wegen niet zwaar genoeg. De vorderingen worden daarom afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de vrouw tot exclusief gebruik van de woning en uitzetting van de man worden afgewezen.