ECLI:NL:RBROT:2024:3006
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering wegens onduidelijke woonplaats
Verzoekster ontving sinds september 2022 een bijstandsuitkering, die het college met ingang van november 2023 introk omdat zij niet meer woonachtig zou zijn op het opgegeven adres. Verzoekster was dakloos en stond ingeschreven met een briefadres bij de gemeente. Het college had dit bekend kunnen zijn, maar heeft niet onderzocht of verzoekster ondanks het ontbreken van een vast woonadres toch recht op bijstand had.
Verzoekster maakte bezwaar tegen de intrekking en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar haar verblijfplaats en dat het besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen. De verklaring van verzoekster over haar verblijf bij familieleden werd niet op voorhand als ongeloofwaardig beschouwd.
Daarom werd het college opgedragen de bijstandsuitkering vanaf de intrekkingsdatum uit te betalen totdat op het bezwaar was beslist. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het college moet de bijstandsuitkering vanaf de intrekkingsdatum uitbetalen en proceskosten vergoeden wegens onvoldoende onderzoek en onzorgvuldigheid.