ECLI:NL:RBROT:2024:3008
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening voorrangsverklaring na verblijf Syrië en detentie
Verzoekster, geboren in 1995, vertrok in 2015 naar Syrië, waar zij trouwde en twee kinderen kreeg. Na een langdurig verblijf in een gevangenenkamp keerde zij in 2022 terug naar Nederland, waar zij werd veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf wegens deelname aan een terroristische organisatie. Na haar vrijlating in september 2023 huurt zij een kamer in haar woonplaats.
Verzoekster vroeg op 18 januari 2024 een voorrangsverklaring aan op grond van sociale indicatie, maar deze werd door het college van burgemeester en wethouders afgewezen vanwege het niet voldoen aan het vereiste van regiobinding en het ontbreken van zelfstandige woonruimte. Tevens werd de hardheidsclausule niet toegepast vanwege de grote woningnood in de regio.
De voorzieningenrechter oordeelde dat ondanks de moeilijke situatie van verzoekster en haar kinderen, onvoldoende spoedeisendheid en te veel onzekerheid over de kans van slagen in bezwaar en beroep bestond om een voorlopige voorziening te treffen. De belangen van andere woningzoekenden en het terughoudend beleid bij toepassing van de hardheidsclausule speelden een rol. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de voorrangsverklaring wordt afgewezen.