ECLI:NL:RBROT:2024:3010
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening urgentieverklaring voor woonruimte na huiselijk geweld
Verzoekster, geboren in 2005, verbleef met haar moeder en broertje en zusje sinds september 2023 in crisisopvang wegens huiselijk geweld door haar vader. De moeder kreeg een urgentieverklaring voor het gezin, maar verzoekster vroeg zelf ook een aparte urgentieverklaring aan, die door SUWR werd afgewezen omdat zij bij haar moeder kan wonen.
Verzoekster stelt dat zij niet bij haar moeder kan wonen vanwege spanningen en trauma’s, en dat zij niet welkom is in het huis van haar moeder. Zij vreest dat terugkeer haar herstel belemmert. De voorzieningenrechter constateert dat dit niet voldoende is onderbouwd en dat SUWR terecht geen aparte urgentieverklaring verleent omdat de moeder al een verklaring heeft.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een voorlopige voorziening met prioriteit op woonruimte verstrekt worden een onomkeerbaar gevolg heeft en dat er te veel twijfel bestaat over het definitieve oordeel in de beroepsprocedure. Daarom wordt het verzoek afgewezen en worden geen kosten vergoed.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een urgentieverklaring wordt afgewezen.