De moeder verzoekt de rechtbank om de kinderalimentatie te verhogen van €209,- naar €608,- per kind per maand en een bijdrage van de vader in bijzondere kosten. De vader verzet zich tegen de wijziging en stelt dat de behoefte correct is vastgesteld en dat er geen wijziging van omstandigheden is.
De rechtbank stelt vast dat de behoefte van de kinderen niet hoger is dan het maximum in de tabel, omdat de moeder dit niet voldoende heeft onderbouwd met bewijsstukken. De draagkracht van beide ouders wordt berekend op basis van hun netto besteedbaar inkomen, waarbij rekening wordt gehouden met noodzakelijke lasten en zorgkorting.
De vader moet vanaf 1 januari 2022 een aangepaste kinderalimentatie betalen die varieert per periode, rekening houdend met de zorgregeling en wettelijke indexering. Het verzoek tot bijdrage in bijzondere kosten wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en beide partijen dragen hun eigen proceskosten.