Werknemer was sinds 1 april 2020 in dienst als schoonmaakmedewerkster bij Groeneweg. Door een reorganisatie verviel haar werkplek bij een opdrachtgever, waarna zij een nieuwe werkplek werd aangeboden. Werknemer weigerde herhaaldelijk deze nieuwe locatie te accepteren en verscheen niet op een afgesproken gesprek.
Werkgever heeft daarop op 15 november 2023 het dienstverband op staande voet beëindigd wegens dringende redenen, waaronder het hardnekkig weigeren te voldoen aan redelijke opdrachten. Werknemer stelde dat het ontslag niet onverwijld was gegeven en dat er geen dringende reden bestond.
De rechtbank oordeelt dat de ontslagbrief voldoende duidelijk is en dat de wettelijke vereisten voor onverwijlde opzegging en mededeling zijn nageleefd. Het hardnekkig weigeren van redelijke opdrachten vormt een dringende reden. De persoonlijke omstandigheden en gevolgen zijn meegewogen, maar rechtvaardigen geen andere conclusie.
De gevorderde vergoedingen wegens onregelmatige opzegging, billijke vergoeding en transitievergoeding worden afgewezen omdat de werkgever niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en de werknemer zelf ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door werkweigering en het niet nakomen van afspraken.
Proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.