ECLI:NL:RBROT:2024:3119
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schorsing rijbewijs en medisch onderzoek na vermeende zelfdoding met motorrijtuig
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) schorste het rijbewijs van eiser en legde een medisch onderzoek op naar zijn rijgeschiktheid, gebaseerd op een melding van de politie dat eiser suïcidaal was en met een auto tegen een lantaarnpaal was gereden, waarbij hij zichzelf in de polsen zou hebben gesneden.
Eiser betwistte de schorsing en het onderzoek, stellende dat er onvoldoende bewijs was voor een poging tot zelfdoding met het motorrijtuig en dat de mutatierapporten onvolledig en tegenstrijdig waren. Ook stelde hij dat een handgeschreven brief die het CBR gebruikte niet tijdig was gedeeld, wat in strijd was met het verdedigingsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat het CBR terecht een onderzoek mocht opleggen vanwege aanwijzingen van ernstig gestoord inzicht of gedrag, waaronder suïcidaal gedrag, en dat de brief weliswaar niet tijdig was gedeeld, maar dit geen nadeel voor eiser opleverde. De schorsing wegens poging tot zelfdoding met het motorrijtuig was echter niet voldoende aannemelijk, waardoor het besluit werd vernietigd.
Desondanks liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat het CBR de schorsing ook kon baseren op duidelijke aanwijzingen van een aandoening die de rijgeschiktheid beïnvloedt. Het CBR werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot schorsing van het rijbewijs wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van zelfdoding met motorrijtuig, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege twijfel over rijgeschiktheid.