De rechtbank Rotterdam heeft op 2 april 2024 een beschikking uitgesproken in een zaak betreffende ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2008. De minderjarige heeft een geschiedenis van verwaarlozing, trauma's en loyaliteitsconflicten tussen zijn vader en pleegouders. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond hebben verzocht om ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige.
De vader verzocht om herstel van het ouderlijk gezag en terugplaatsing van de minderjarige in zijn gezin, maar de rechtbank wees dit af omdat niet was voldaan aan de wettelijke vereisten en het herstel niet in het belang van het kind werd geacht. De rechtbank overwoog dat het loyaliteitsconflict en de spanningen tussen vader en pleegouders het contact met de pleegouders zouden kunnen schaden, wat nadelig is voor het kind.
De minderjarige verblijft momenteel in een behandelgroep waar hij therapie krijgt voor PTSS en ASS. De rechtbank benadrukte het belang van een neutrale woonplek waar het kind rust en structuur ervaart en goed contact kan onderhouden met betrokken volwassenen. De beschikking tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing geldt voor de duur van negen maanden en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.