Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 25 september 2023, met producties;
- de rolbeslissing van 26 oktober 2023;
- de akte van de zijde van Woonstad, met producties.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil tussen Stichting Woonstad Rotterdam en een huurder over de huurprijswijzigingsbepaling in een geliberaliseerde huurovereenkomst. Woonstad vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en betaling van huurachterstand. De huurder verscheen niet in de procedure.
De kantonrechter toetste ambtshalve de huurprijswijzigingsbepaling en oordeelde dat deze oneerlijk is omdat zij een huurverhoging mogelijk maakt die de redelijke marktverwachting overstijgt. De bepaling laat een jaarlijkse verhoging toe van maximaal 3% plus inflatie, wat volgens de rechter boven de redelijke marktinschatting ligt. Dit leidt tot vernietiging van de bepaling, waardoor de oorspronkelijke huurprijs blijft gelden.
De huurachterstand werd daarom vastgesteld op een lager bedrag dan door Woonstad gevorderd. De huurovereenkomst werd ontbonden wegens niet tijdige betaling van de huur, en de huurder werd veroordeeld de woning binnen veertien dagen te verlaten. Tevens werd een gebruiksvergoeding tot de ontruimingsdatum opgelegd en werden proceskosten aan de huurder opgelegd.
De uitspraak benadrukt dat oneerlijke bepalingen niet mogen worden omgezet in eerlijke bepalingen en dat de sancties afschrikkend moeten zijn. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Huurprijswijzigingsbeding vernietigd, huurovereenkomst ontbonden en huurder veroordeeld tot betaling huurachterstand en ontruiming.