In deze zaak heeft de verhuurder zijn onderneming verkocht aan een vennootschap die tevens huurder werd van het gehuurde kantoor. Op 29 maart 2023 heeft de verhuurder een server uit het gehuurde verwijderd, die onderdeel was van de verkochte onderneming, waardoor de bedrijfsvoering van de huurder ernstig werd belemmerd. Daarnaast heeft de verhuurder een van de huurders, tevens bestuurder, mishandeld, wat leidde tot zwaar lichamelijk letsel.
De huurder heeft de huurovereenkomst daarop buitengerechtelijk ontbonden en is gestopt met huurbetaling vanaf 1 mei 2023. De verhuurder vorderde betaling van de huurachterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en schadevergoeding, maar de kantonrechter oordeelde dat de verhuurder zich niet als goed verhuurder had gedragen en ernstig tekort was geschoten in zijn verplichtingen.
De kantonrechter stelde vast dat het wegnemen van de server zonder aankondiging en de mishandeling van de huurder ernstige tekortkomingen vormden die de ontbinding rechtvaardigen. De vorderingen van de verhuurder werden afgewezen, de beslagen opgeheven en de verhuurder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.