ECLI:NL:RBROT:2024:3281

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 maart 2024
Publicatiedatum
15 april 2024
Zaaknummer
FT EA 24-115
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Artikel 2 Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsaneringFaillissementswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met vaststelling ingangsdatum en termijn

Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat verzoeker niet langer aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen of dit redelijkerwijs niet kan verwachten.

Verzoeker verzocht om een eerdere ingangsdatum van de regeling vanwege aflossingen door beslaglegging ter hoogte van €3.017,64. Schuldhulpverlening verklaarde dat dit bedrag niet ten goede is gekomen aan alle gezamenlijke schuldeisers, maar slechts aan die schuldeisers die beslag hadden gelegd. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot een eerdere ingangsdatum af en stelde de ingangsdatum vast op 21 maart 2024.

De rechtbank bevestigde haar bevoegdheid op grond van artikel 3 lid 1 van Pro Verordening (EU) 2015/848, omdat het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt. De looptijd van de schuldsaneringsregeling werd vastgesteld op achttien maanden, eindigend op 21 september 2025. Tevens werd een rechter-commissaris benoemd en een voorschot toegekend op de vergoeding van de bewindvoerder.

De uitspraak werd gedaan door rechter B.A. Cnossen en griffier C. van der Velde op 21 maart 2024. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen, uitsluitend door een advocaat in te dienen bij het gerechtshof.

Uitkomst: Verzoeker wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling met ingang van 21 maart 2024 en een looptijd van achttien maanden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
toepassing schuldsaneringsregeling
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 21 maart 2024
[verzoeker],
[adres 1],
[plaatsnaam],
verzoeker.

1.De procedure

Verzoeker heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft het verzoek behandeld ter zitting van 14 maart 2024.
Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- [verzoeker], verzoeker;
- de heer H. Boogerd, werkzaam bij de gemeente Voorne aan Zee, schuldhulpverlener.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

Toelating tot de schuldsaneringsregeling
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoeker verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden. Er is geen, althans onvoldoende grond gebleken voor afwijzing van het verzoek. Verzoeker zal daarom worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Ingangsdatum looptijd van de schuldsaneringsregeling
Ten aanzien van de ingangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsregeling overweegt de rechtbank als volgt. Door verzoeker is verzocht om een eerdere ingangsdatum van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Daartoe is ter zitting aangevoerd dat verzoeker door middel van beslag een bedrag van € 3.017,64 afgelost heeft op zijn schulden. Ter zitting heeft schuldhulpverlening verklaard dat de deurwaarder die bedragen onder het beslag int, dit bedrag int voor meerdere schuldeisers. Schuldhulpverlening heeft voorts verklaard dat niet voor alle schuldeisers beslag is gelegd. Voornoemd bedrag van € 3.017,64 is dus niet ten goede gekomen aan de gezamenlijke schuldeisers, maar alleen aan de schuldeisers die beslag hebben gelegd. De rechtbank wijst daarom het verzoek af en stelt de ingangsdatum van de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling vast op 21 maart 2024.
Bevoegdheid rechtbank
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt per de datum van dit vonnis de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1];
[website 1], [website 2]
[website 3], [website 4]
gevestigd [adres 2];
- stelt de termijn van de regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf
21 maart 2024, waardoor deze termijn eindigt op 21 september 2025;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. B.A. Cnossen
en tot bewindvoerder L. Hordijk,
gevestigd te [postadres]
;
- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/19e deel van de overeenkomstig artikel 2 van Pro het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.A. Cnossen, rechter, en in aanwezigheid van
C. van der Velde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2024. [1]