ECLI:NL:RBROT:2024:3302
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.C.W. van der Feltz
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen aanslag zuiveringsheffing bedrijf 2021 ongegrond verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de aanslag zuiveringsheffing bedrijf 2021 van € 1.433,49 opgelegd door verweerder. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd. De rechtbank heeft het beroep op 30 januari 2024 behandeld.
De gronden van het bezwaar en beroep waren uitsluitend gericht op de WOZ-waarde, terwijl deze niet als heffingsmaatstaf voor de zuiveringsheffing wordt gebruikt. De rechtbank heeft eiser verzocht relevante gronden aan te leveren, maar deze bleven uit. Ter zitting werd aangevoerd dat het aantal vervuilingseenheden onduidelijk is en dat vanwege corona lagere aanslagen hadden moeten worden opgelegd, maar deze stellingen waren onvoldoende onderbouwd.
Verweerder heeft het aantal vervuilingseenheden en de aanslag voldoende onderbouwd met gegevens van het waterleidingbedrijf en een ruime aftrek voor de bovenwoning. De rechtbank oordeelt dat de aanslag rechtmatig is opgelegd en dat het beroep ongegrond is. Tevens is geen aanleiding voor vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank wijst het beroep af en het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag zuiveringsheffing bedrijf 2021 wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.