Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 29 januari 2024;
- het bericht van de vrouw van 5 maart 2024, met als bijlage de referteverklaring van de man.
Rechtbank Rotterdam
De vrouw verzocht de rechtbank om het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind te wijzigen naar eenhoofdig gezag, omdat bij de erkenning door de man onjuist gezamenlijk gezag was vastgesteld door een fout van de gemeente. De man stemde in met dit verzoek.
De rechtbank constateerde dat volgens artikel 1:251b BW het gezag in beginsel gezamenlijk wordt uitgeoefend na erkenning, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald. Partijen hadden echter bij de erkenning verklaard dat de moeder het gezag alleen zou uitoefenen, maar dit was niet correct verwerkt door de gemeente.
Omdat de wet geen herstelmogelijkheid biedt voor de fout van de gemeente, werd het verzoek beoordeeld op grond van artikel 1:253n BW, dat wijziging van gezag mogelijk maakt bij onjuiste gegevens bij de beslissing tot gezamenlijk gezag. De rechtbank vond dat wijziging in het belang van het kind noodzakelijk was, mede omdat partijen de situatie vóór de erkenning als harmonieus ervoeren.
De rechtbank wijzigde het gezag dan ook zodat de moeder voortaan het eenhoofdig gezag krijgt en bepaalde dat van deze wijziging aantekening wordt gemaakt in het gezagsregister. De proceskosten worden ieder door de eigen partij gedragen.
Uitkomst: Het ouderlijk gezag wordt gewijzigd zodat de moeder voortaan het eenhoofdig gezag over de minderjarige uitoefent.