ECLI:NL:RBROT:2024:3335
Rechtbank Rotterdam
- Verschoning
- mr. Franken
- mr. Koekebakker
- mr. Diekman
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter-commissaris bij faillissementsprocedure
In deze zaak heeft de rechter-commissaris, belast met toezicht op het beheer en de vereffening van een failliet verklaarde vennootschap die gelieerd is aan de vennootschap waarvoor faillissementsverzoek is ingediend, een verzoek tot verschoning ingediend. Dit verzoek is gedaan omdat de rechter zich niet vrij voelt om het faillissementsverzoek te behandelen vanwege de kennis die zij heeft opgedaan uit haar rol als rechter-commissaris.
De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van het beginsel van onpartijdigheid van de rechter. Hoewel er geen aanwijzingen zijn dat de rechter subjectief niet onpartijdig is, is onderzocht of er objectief gezien een zwaarwegende aanwijzing bestaat dat de vrees voor partijdigheid gerechtvaardigd is.
De rechtbank oordeelt dat de omstandigheden, mede gezien het feit dat de rechter zelf het verzoek tot verschoning heeft ingediend, een zwaarwegende aanwijzing vormen voor een objectief gerechtvaardigde vrees voor het lijden van onpartijdigheid. Daarom wordt het verzoek tot verschoning toegewezen.
De beslissing is genomen door de meervoudige kamer voor verschoningszaken van de Rechtbank Rotterdam en op 15 april 2024 ondertekend door mr. Franken, mr. Koekebakker en mr. Diekman.
Uitkomst: Verzoek tot verschoning van de rechter-commissaris wordt toegewezen vanwege objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.