Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- VandeBron Energie (hierna: VandeBron);
- Strato AG (hierna: Strato);
- verzoeker;
- de heer [persoon A] , werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan 21 schuldeisers, waarbij preferente schuldeisers 25,96% en concurrente schuldeisers 12,98% ontvangen tegen finale kwijting. Negentien schuldeisers stemden in, maar twee schuldeisers, VandeBron en Strato, weigerden hun instemming. Verzoeker vroeg de rechtbank om deze schuldeisers te bevelen in te stemmen met de regeling op grond van artikel 287a Faillissementswet.
De rechtbank constateerde dat de weigering van VandeBron en Strato niet redelijk was gezien hun geringe aandeel in de totale schuldenlast (1,93%) en het feit dat een ruime meerderheid akkoord was. Het voorstel was getoetst door een onafhankelijke partij en goed onderbouwd. Verzoeker werkt fulltime en voldoet aan de werkverplichting, toeslagen worden aan de boedel afgedragen en budgetbeheer voorkomt nieuwe schulden.
De rechtbank oordeelde dat de belangen van verzoeker en instemmende schuldeisers zwaarder wegen dan die van de weigeraars. Daarnaast zou toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling minder opleveren door bijkomende kosten. Daarom werd het verzoek tot dwangakkoord toegewezen, de weigeraars veroordeeld in de proceskosten en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen en weigering van schuldeisers wordt opgeheven.