Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van 3 januari 2024;
- de brief van de GI van 12 februari 2024.
2.De feiten
24 februari 2024.
Rechtbank Rotterdam
De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige voor een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing. Tijdens de zitting was de GI niet vertegenwoordigd en had zij haar verzoek tot uithuisplaatsing ingetrokken. De moeder was aanwezig en gaf aan dat zij het niet eens was met de verlenging, mede omdat de GI haar toezeggingen niet nakwam en er geen vaste jeugdbeschermer was toegewezen.
De rechtbank constateerde dat ondanks de ernstige ontwikkelingsbedreiging van het kind, waaronder schoolverzuim, pestgedrag en een strafrechtelijke veroordeling, de moeder en het kind voldoende hulp en begeleiding accepteren van Sjaloom Zorg en de jeugdreclassering. De begeleiding kan ook zonder ondertoezichtstelling worden uitgebreid.
De kinderrechter oordeelde dat de ondertoezichtstelling geen meerwaarde heeft zolang de GI afwezig is en het vertrouwen van moeder en kind in de GI is verdwenen. Daarom werd het verzoek tot verlenging afgewezen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen wegens het ontbreken van meerwaarde en het ontbreken van vaste jeugdbeschermer.