Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot opheffing van haar faillissement van 29 november 2022, met gelijktijdige toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de zitting op 21 maart 2024 is verzoekster gehoord en is vastgesteld dat zij het informatieblad van de WSNP heeft ontvangen en ondertekend.
De rechtbank oordeelt dat er onvoldoende grond is om het verzoek tot omzetting van faillissement naar schuldsanering af te wijzen. Het faillissement wordt daarom opgeheven en de schuldsaneringsregeling wordt van toepassing verklaard. Het salaris van de curator wordt definitief vastgesteld.
Verzoekster heeft tevens verzocht om een eerdere ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank stelt dat hiervoor moet zijn voldaan aan de inspannings- en afdrachtverplichtingen. Verzoekster heeft sinds april 2023 parttime gewerkt en niet voldaan aan de inspanningsverplichting van 36 uur werken of vier keer per maand solliciteren. Ook is niet het maximale bedrag aan de boedel afgedragen. Daarom wordt het verzoek tot vervroeging afgewezen en wordt de ingangsdatum vastgesteld op 3 april 2024.
De termijn van de regeling wordt vastgesteld op achttien maanden, eindigend op 3 oktober 2025. Een rechter-commissaris en bewindvoerder worden benoemd, en er wordt een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder toegekend. De bewindvoerder krijgt tevens last tot het openen van aan schuldenares gerichte post.