ECLI:NL:RBROT:2024:3499

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 april 2024
Publicatiedatum
18 april 2024
Zaaknummer
FT EA 22-1032
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15b FaillissementswetArtikel 2 Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Omzetting faillissement naar schuldsanering met afwijzing eerdere ingangsdatum

Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot opheffing van haar faillissement van 29 november 2022, met gelijktijdige toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de zitting op 21 maart 2024 is verzoekster gehoord en is vastgesteld dat zij het informatieblad van de WSNP heeft ontvangen en ondertekend.

De rechtbank oordeelt dat er onvoldoende grond is om het verzoek tot omzetting van faillissement naar schuldsanering af te wijzen. Het faillissement wordt daarom opgeheven en de schuldsaneringsregeling wordt van toepassing verklaard. Het salaris van de curator wordt definitief vastgesteld.

Verzoekster heeft tevens verzocht om een eerdere ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank stelt dat hiervoor moet zijn voldaan aan de inspannings- en afdrachtverplichtingen. Verzoekster heeft sinds april 2023 parttime gewerkt en niet voldaan aan de inspanningsverplichting van 36 uur werken of vier keer per maand solliciteren. Ook is niet het maximale bedrag aan de boedel afgedragen. Daarom wordt het verzoek tot vervroeging afgewezen en wordt de ingangsdatum vastgesteld op 3 april 2024.

De termijn van de regeling wordt vastgesteld op achttien maanden, eindigend op 3 oktober 2025. Een rechter-commissaris en bewindvoerder worden benoemd, en er wordt een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder toegekend. De bewindvoerder krijgt tevens last tot het openen van aan schuldenares gerichte post.

Uitkomst: Het faillissement wordt opgeheven en de schuldsaneringsregeling toegepast met ingangsdatum 3 april 2024; verzoek tot eerdere ingangsdatum wordt afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
toepassing schuldsaneringsregeling na faillissement
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 3 april 2024
[verzoekster],
wonende te [adres]
[woonplaats],
verzoekster,
curator: mr. J. van Meerkerk.

1.De procedure

Verzoekster heeft een verzoekschrift ingediend tot opheffing van zijn op 29 november 2022 uitgesproken faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Ter zitting van 21 maart 2024 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoekster;
  • [naam], de partner van verzoekster;
  • dhr. mr. J. van Meerkerk, curator;
  • mw. J. Uludağ-Visser, faillissementsmedewerker.
Verzoekster heeft het Informatieblad Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) ontvangen en voor instemming ondertekend en afgegeven.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

De rechtbank oordeelt dat er geen, althans onvoldoende, grond is gebleken voor afwijzing van het verzoek tot opheffing van het op 29 november 2022 uitgesproken faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen en het salaris van de curator en de verschotten vaststellen.
De partner van verzoekster heeft ter zitting te kennen gegeven dat verzoekster voor een verkorting van de wettelijke termijn van de schuldsaneringsregeling in aanmerking wil komen. De rechtbank heeft dit begrepen als zijnde een verzoek tot een eerdere ingangsdatum van de regeling. Om voor toewijzing van dit verzoek in aanmerking te komen moet aan de verplichtingen zijn voldaan zoals deze gedurende de regeling van toepassing, specifiek gaat het om de inspanningsverplichting en de afdrachtverplichting. De inspanningsverplichting houdt in dat verzoekster zesendertig uur moet werken en/of vier keer per maand solliciteren. De afdrachtverplichting houdt in dat maximaal afgedragen wordt aan de boedel, rekening houdend met het Vrij te laten bedrag (hierna: Vtlb).
Verzoekster heeft samen met haar partner sinds februari 2023 afgedragen conform een gezamenlijke Vtlb-berekening. De partner van verzoekster heeft gedurende het faillissement fulltime gewerkt, zijzelf heeft sinds april 2023 parttime gewerkt. Daardoor is niet voldaan aan de inspanningsverplichting door verzoekster en is niet het maximale afgedragen aan de boedel. De rechtbank wijst daarom het verzoek af en stelt de ingangsdatum van de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling vast op 3 april 2024.

3.De beslissing

De rechtbank:
- heft het faillissement van verzoekster op;
- stelt het salaris van de curator definitief vast op € 6.574,97 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van schuldenares;
- stelt de verschotten vast op € 0,00 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van schuldenares;
- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [adres]
[adres];
- stelt de termijn van de regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 3 april 2024, waardoor deze termijn eindigt op 3 oktober 2025;
- benoemt in de schuldsaneringsregeling van schuldenaar tot rechter-commissaris
mr. M. Aukema;
- en stelt aan tot bewindvoerder P.H.L. Adam
postadres: [postadres]
;
- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/19e deel van de overeenkomstig artikel 2 van Pro het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan schuldenares gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van L.M. Heinis, griffier, in het openbaar uitgesproken op 3 april 2024.