Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Getuige 1:
Getuige 2:
Getuige 3:
Getuige 4:
Getuige 5:
Getuige 6:
Getuige 7:
Getuige 8:
Rechtbank Rotterdam
In een witwaszaak bij de Rechtbank Rotterdam verzochten de verdachten via hun advocaten het horen van meerdere getuigen die verklaringen zouden kunnen afleggen over kasverloop, leningen, schenkingen en huurbetalingen. De officier van justitie betoogde dat de verdachten zich grotendeels op hun zwijgrecht hadden beroepen en dat de getuigen geen belastende verklaringen hadden afgelegd. Hierdoor ontbrak een concreet en verifieerbaar verdedigingsbelang om deze getuigen te horen.
De rechter-commissaris overwoog dat de verklaringen van de getuigen niet relevant waren voor de beantwoording van de strafvorderlijke vragen en dat de verdachten eerst zelf een concrete verklaring over de herkomst van het geld moesten afleggen. Gezien de complexiteit van het onderzoek en het ontbreken van een brondelict werd het verzoek tot het horen van getuigen aangehouden tot na de verhoren van de verdachten.
De beslissing werd genomen op 30 januari 2024 door rechter-commissaris A. Boer. Hiermee wordt het verzoek tot het horen van getuigen voorlopig afgewezen, met de mogelijkheid tot heroverweging na het afleggen van verklaringen door de verdachten.
Uitkomst: Verzoek tot het horen van getuigen wordt aangehouden tot na de verhoren van de verdachten wegens ontbreken concreet verdedigingsbelang.