Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de heer [verzoeker] met mr. K. van der Bijl;
- de heer [belanghebbende 1] (via een digitale geluid- en beeldverbinding);
- mevrouw [belanghebbende 2] .
Rechtbank Rotterdam
Deze zaak betreft het verzoek tot ontslag van mevrouw A als mede-executeur van de nalatenschappen van mevrouw Erflater 1 en de heer Erflater 2. De verzoeker, tevens executeur, stelt dat mevrouw A de afwikkeling van de nalatenschap ernstig belemmert door vertragingen, het niet nakomen van toezeggingen en fouten die materiële en immateriële schade veroorzaken.
Tijdens de mondelinge behandeling op 26 maart 2024 waren meerdere erfgenamen aanwezig, die het verzoek steunden. Mevrouw A heeft haar benoeming als executeur wel aanvaard, maar handelt niet adequaat: zij ondertekende de benoemingsverklaring pas maanden later, is moeilijk bereikbaar en heeft belangrijke afspraken niet nagekomen.
De kantonrechter oordeelt dat deze omstandigheden gewichtige redenen vormen om mevrouw A als executeur te ontslaan. Hierdoor kan de verzoeker als enig executeur de nalatenschappen verder afwikkelen. De beschikking is op 9 april 2024 uitgesproken door de kantonrechter M. Fiege.
Uitkomst: Mede-executeur wordt ontslagen om gewichtige redenen, zodat verzoeker als enig executeur de nalatenschappen kan afwikkelen.