Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw [persoon A] en mevrouw [persoon B] , beiden werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna ook: Schuldhulpverlening);
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan veertien schuldeisers, waarvan dertien instemden en één schuldeiser, met een vordering van 21,06% van de totale schuld, weigerde in te stemmen. De regeling voorziet in een gedeeltelijke betaling tegen finale kwijting, gebaseerd op de afloscapaciteit van verzoeker.
De rechtbank beoordeelde of de weigering van de schuldeiser redelijk was, waarbij zij het belang van de schuldeiser afwoog tegen de belangen van verzoeker en de overige schuldeisers. De regeling was getoetst door een onafhankelijke partij en goed gedocumenteerd. Verzoeker heeft een arbeidscontract en zal zijn uren uitbreiden, met toezicht van schuldhulpverlening.
De rechtbank concludeerde dat de belangen van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan het belang van de weigeraar. Daarom werd de schuldeiser bevolen in te stemmen met de schuldregeling. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen. De kosten van de procedure werden op nihil gesteld.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de schuldeiser tot instemming met de aangeboden schuldregeling en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.