ECLI:NL:RBROT:2024:3558
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen aflossingsbedrag SVB op AIO-aanvulling
Verzoeker ontvangt een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) en moest op grond van een besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) vanaf november 2023 een maandelijks bedrag van € 67,90 aflossen. Dit bedrag is vastgesteld op basis van de oude regels vóór de invoering van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv).
Verzoeker maakte bezwaar tegen het invorderingsbesluit, dat door de SVB werd afgewezen. Vervolgens verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om het aflossingsbedrag te verlagen of op nihil te stellen, met beroep op een hardheidsclausule.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen omdat verzoeker geen spoedeisend belang heeft aangetoond. Hoewel de financiële ruimte krap is, is er geen sprake van een negatief saldo. Ook moet verzoeker de financiële ruimte bij andere schuldeisers zien te vinden. De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over de gevolgen van de Wvbvv werd daarbij betrokken.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en oordeelde dat er geen reden is voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening om het aflossingsbedrag te verlagen wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.