Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 3 juli 2023, met producties 1 en 4;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, met productie 1;
- de nagezonden producties 2 en 3 van [eiser];
- de conclusie van antwoord in reconventie, met productie 5 en 6;
- productie 7 van [eiser];
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 31 januari 2024, waarin een aantal (procedurele) afspraken en een stappenplan is vastgelegd;
- de e-mail van [eiser] aan de rechtbank van 5 maart 2024, inhoudende dat [eiser] als enige de woning kan financieren en de woning aan hem moet worden toebedeeld, met diverse bijlagen;
- de e-mail van de rechtbank aan partijen van 5 maart 2024 dat [gedaagde] een termijn van twee weken wordt geboden vanaf 27 februari 2024 om te overleggen met haar hypotheekadviseur;
- het rolbericht van [eiser] van 13 maart 2024 en het verzoek om vonnis te wijzen met daarbij de e-mail van mr. Kandemir namens [gedaagde] van 8 maart 2024 dat zij de woning niet kan financieren.
3.De beslissing
- [gedaagde] uiterlijk ten tijde van die overdracht wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor wat betreft de hypotheekschuld bij Nationale Nederlanden onder leningnummer [nummer];
- [eiser] uit de overwaarde (zijnde de getaxeerde waarde van € 257.000 minus de huidige restant hypotheekschuld) een bedrag ontvangt van € 128.175,29, waarna het restant (aan overwaarde of restschuld) bij helfte tussen partijen wordt gedeeld,