Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[persoon B],
1.De procedure
- de dagvaarding van 27 maart 2024 met producties 1 tot en met 7,
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met bijlage A en producties 1 tot en met 10,
- de toevoeging van [persoon B] ,
- de mondelinge behandeling gehouden op 8 april 2024.
2.De feiten
15.000,--
3.Het geschil in conventie
4.Het geschil in reconventie
5.De beoordeling in conventie
te bepalen dat’. Dit impliceert declaratoire uitspraken die in kort geding, ook al was dus wel sprake geweest van een spoedeisend belang, niet hadden kunnen worden toegewezen.