ECLI:NL:RBROT:2024:3723
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering na huwelijk met niet-rechthebbende partner in het buitenland
Eiser, een alleenstaande man die sinds 2017 bijstand ontving, meldde zijn huwelijk met een niet-rechthebbende partner die in Turkije woont. Het college trok daarop zijn bijstandsuitkering in en vorderde te veel ontvangen uitkering terug. Eiser voerde aan dat hij duurzaam gescheiden leeft en geen gezamenlijke huishouding voert, waardoor hij als ongehuwd zou moeten worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van duurzaam gescheiden leven conform vaste jurisprudentie. Het college heeft eiser terecht als gehuwde aangemerkt. Wel is geoordeeld dat het college had moeten onderzoeken of toepassing van artikel 18 Pw Pro tot afstemming van de bijstand op individuele omstandigheden mogelijk was, omdat eiser door de intrekking onder het sociaal minimum is gekomen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd met opdracht tot heronderzoek en nieuw besluit.