Uitspraak
1.De procedure
€ 1.585,14 aan achterstallige huur tot en met de maand november 2023 en het restant van de jaarafrekening energiekosten, met de wettelijke rente daarover.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiser betaling van achterstallige huur en het restant van de jaarafrekening energiekosten van gedaagde, die niet is verschenen en verstek is verleend. De kantonrechter toetst ambtshalve de redelijkheid van de huurprijswijzigingsbepaling in de huurovereenkomst, waarin een jaarlijkse huurverhoging op basis van de consumentenprijsindex plus maximaal 3% is overeengekomen.
De rechter oordeelt dat deze bepaling oneerlijk is omdat zij de verhuurder het recht geeft de huurprijs te verhogen boven een redelijke marktinschatting, wat het evenwicht tussen partijen verstoort. Dit leidt tot vernietiging van de bepaling, waardoor alle huurverhogingen komen te vervallen en de oorspronkelijke huurprijs van € 1.475,- blijft gelden.
De kantonrechter berekent de achterstallige huur op basis van deze oorspronkelijke huurprijs en het verhoogde voorschot energiekosten, en veroordeelt gedaagde tot betaling van € 1.083,26 aan achterstallige huur en energiekosten, plus incassokosten en proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.276,42 aan achterstallige huur, energiekosten en incassokosten, met wettelijke rente en proceskosten.