ECLI:NL:RBROT:2024:3813

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 april 2024
Publicatiedatum
26 april 2024
Zaaknummer
10823996 CV EXPL 23-32286
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 7:225 BWArt. 7:248 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand

De zaak betreft een huurovereenkomst tussen Dutch Residential en de huurder, waarbij een aanzienlijke huurachterstand is ontstaan. Dutch Residential vordert betaling van de achterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.

Tijdens de zitting op 8 maart 2024 is vastgesteld dat de huurachterstand op dat moment € 7.700,28 bedroeg, inclusief huur tot en met maart 2024. De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst ontbonden kan worden wegens niet tijdige betaling van de huur, waarbij de langdurige achterstand van bijna 12 maanden en het uitblijven van hulpverlening door de huurder zwaar wegen.

De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, buitengerechtelijke incassokosten en rente. Tevens moet hij de woning binnen 14 dagen na betekening van het vonnis ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen tot aan de ontruiming. De proceskosten worden eveneens aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning binnen 14 dagen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10823996 CV EXPL 23-32286
datum uitspraak: 12 april 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Bewaring Dutch Residential XV,
vestigingsplaats: Amsterdam,
eiseres,
gemachtigde: gerechtsdeurwaarder mr. E.L.B. Hundscheidt,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Dutch Residential’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 27 november 2023, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de tijdens de zitting namens Dutch Residential overgelegde bijlage.
1.2.
Op 8 maart 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig:
  • [naam] namens de gemachtigde van Dutch Residential;
  • [gedaagde].

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurt de woning aan [adres] van Dutch Residential. De huur is nu € 663,14 per maand. Er is een huurachterstand ontstaan. Dutch Residential eist dat [gedaagde] die huurachterstand betaalt, dat de huurovereenkomst wordt ontbonden en dat [gedaagde] het gehuurde verlaat.
2.2.
De eis wordt toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Huurachterstand
2.3.
[gedaagde] wordt veroordeeld om € 7.700,28 aan Dutch Residential te betalen. Partijen zijn het er namelijk over eens dat dit de huurachterstand was op het moment van de mondelinge behandeling. De huur tot en met de maand maart 2024 zit hier dus bij.
Ontbinding huurovereenkomst
2.4.
De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde] verplicht was om de huur op tijd te betalen en dat niet heeft gedaan (artikel 6:265 BW Pro). De huurachterstand is ernstig genoeg om de huurovereenkomst te beëindigen. Dat is meestal zo bij een achterstand van meer dan drie maanden, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. [1] De kantonrechter heeft er in dit geval rekening mee gehouden dat de lopende huur niet wordt betaald, dat de huurachterstand gedurende deze procedure is opgelopen tot bijna 12 maanden en dat dit er niet toe heeft geleid dat [gedaagde] hulp heeft gezocht van een schuldhulpverlener of bewindvoerder.
Ontruiming
2.5.
Omdat de huurovereenkomst is ontbonden, moet [gedaagde] de woning met al zijn spullen verlaten. Dat moet binnen 14 dagen nadat dit vonnis is betekend. Tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] een gebruiksvergoeding van € 663,14 per maand betalen (artikel 7:225 BW Pro). Dutch Residential heeft niet uitgelegd waarom [gedaagde] een vergoeding moet betalen voor de rest van die maand. Voor het verhogen van de gebruiksvergoeding gelden dezelfde regels (artikel 7:248 BW Pro) als voor het verhogen van de huur.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.6.
De incassokosten van € 136,08 (inclusief btw) worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
Rente
2.7.
De rente wordt toegewezen, omdat Dutch Residential genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat onvoldoende gemotiveerd heeft betwist.
Geen oneerlijke bepalingen
2.8.
De kantonrechter heeft onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn die aan toewijzing van de is in de weg staan, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
Proceskosten
2.9.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Dutch Residential op € 129,86 aan dagvaardingskosten, € 514,- aan griffierecht, € 678,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 339,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.456,86. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Dutch Residential te betalen € 8.034,33 (€ 7.700,28 aan huurachterstand, € 136,08 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 197,97 aan verschenen rente) met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 5.047,72 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Dutch Residential te stellen;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om vanaf april 2024 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Dutch Residential te betalen € 663,14 per maand met de verhoging die is toegestaan;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Dutch Residential worden begroot op € 1.456,86;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
43416

Voetnoten

1.Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810