Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 april 2024 in de zaak tussen
en [verzoekster](verzoekster), uit [plaatsnaam], tezamen: verzoekers
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft de bijstandsuitkering van verzoekers ingetrokken op grond van artikel 54, vierde lid, van de Participatiewet, omdat verzoekers niet hebben voldaan aan het verzoek om bankafschriften te overleggen. Verzoekers hadden bankafschriften moeten aanleveren van de ING-rekening van hun minderjarige zoon en een Bulgaarse rekening van verzoekster over de periode 1 juli 2023 tot en met 1 oktober 2023.
Verzoekers stelden dat zij door ziekte en herstelperiodes niet in staat waren de gevraagde documenten tijdig te overleggen en dat het verkrijgen van de Bulgaarse bankafschriften alleen in persoon in Bulgarije mogelijk was, wat financieel niet haalbaar was. Ook voerden zij aan geen inloggegevens te hebben van de ING-rekening van de minderjarige zoon.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekers niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij redelijkerwijs niet aan het verzoek konden voldoen. Er was geen bewijs geleverd dat het onmogelijk was om nieuwe inloggegevens op te vragen of de bankafschriften via een ING-servicekantoor te verkrijgen. Ook ontbrak bewijs dat de Bulgaarse bankafschriften niet anderszins verkregen konden worden. Gezien deze omstandigheden was het college bevoegd om de bijstandsuitkering in redelijkheid in te trekken.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. De uitspraak bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. Vergoeding van griffierecht of proceskosten werd niet toegewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.