ECLI:NL:RBROT:2024:3884
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling wegens weigering psychologisch onderzoek
De veroordeelde is bij vonnis van 24 oktober 2019 veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar. De voorwaardelijke invrijheidstelling werd eerder uitgesteld op verzoek van het openbaar ministerie om psychologisch onderzoek mogelijk te maken. Ondanks meerdere kansen weigerde de veroordeelde telkens mee te werken aan dit onderzoek.
Het psychologisch onderzoek is essentieel om inzicht te krijgen in de persoonlijkheid van de veroordeelde, het recidiverisico in te schatten en passende bijzondere voorwaarden op te stellen. De reclassering en de penitentiaire inrichting adviseerden uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling om het onderzoek alsnog uit te voeren.
Tijdens de zitting op 9 april 2024 wijzigde de officier van justitie de vordering tot het achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling. De rechtbank oordeelde dat door de weigering van de veroordeelde het recidiverisico onvoldoende kan worden beperkt en wees het verzoek tot voorwaardelijke invrijheidstelling af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorwaardelijke invrijheidstelling af wegens weigering van de veroordeelde mee te werken aan psychologisch onderzoek.