ECLI:NL:RBROT:2024:3893
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen herziening AOW-pensioen door SVB
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de herziening van zijn AOW-pensioen door de Sociale Verzekeringsbank (SVB), waarbij het pensioen vanaf februari 2023 is aangepast naar de gehuwdennorm na zijn hertrouwen. De SVB heeft het te veel ontvangen pensioen teruggevorderd.
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om het pensioen alsnog naar de alleenstaandennorm toe te kennen. De voorzieningenrechter heeft op zitting de standpunten van beide partijen gehoord.
De voorzieningenrechter overweegt dat voor het toekennen van een voorlopige voorziening onverwijlde spoed vereist is. Gezien de aard van het financieel geschil en het ontbreken van een onomkeerbare situatie of acute financiële nood, is geen spoedeisend belang aanwezig. Verzoeker heeft onvoldoende inzicht gegeven in zijn financiële situatie en erkent dat zijn situatie nog niet ontwricht is.
Ook is het bestreden besluit niet evident onrechtmatig, zodat de voorzieningenrechter het verzoek afwijst. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de herziening van het AOW-pensioen wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en het ontbreken van evident onrechtmatigheid.