Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- de heer mr. D.A. IJpelaar, werkzaam bij JAW Advocaten (hierna: advocaat);
- mevrouw T. Baart, werkzaam bij Schuldvangnet (hierna: beschermingsbewindvoerder).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft op grond van artikel 287b Faillissementswet een voorlopige voorziening gevraagd om de ontruiming van zijn huurwoning op te schorten. De rechtbank constateert een bedreigende situatie omdat de ontruiming gepland staat op 29 april 2024.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker, die onder beschermingsbewind staat en de huurtermijnen tijdig betaalt, zwaarder dan het belang van verweerster die het vonnis wil uitvoeren. De lopende huurtermijnen zijn voldaan en de beschermingsbewindvoerder verklaart dat de komende termijn ook betaald zal worden.
De rechtbank wijst het moratorium toe voor zes maanden, verlengt de huurovereenkomst en stelt als voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens verklaart de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject naar verwachting niet snel zal worden afgerond.
Uitkomst: Moratorium van zes maanden toegewezen en ontruiming huurwoning opgeschort onder voorwaarde tijdige huurbetaling.